Home › Kennisbank › Labwaarden Gids
Pillar Guide

Labwaarden: wat vraagt een therapeut aan?

25 bloedwaarden die een orthomoleculair therapeut aanvraagt — wat ze meten, referentiewaarden versus optimale ranges, en wanneer actie nodig is.

25
Markers
6
Categorieën
50+
Bronnen

Referentie vs. optimaal: waarom het verschil ertoe doet

Standaard laboratoriumuitslagen vergelijken uw waarden met referentieranges: het bereik waarbinnen 95% van de ogenschijnlijk gezonde bevolking valt. Maar ‘normaal’ betekent niet ‘optimaal’. Een ferritine van 16 ng/mL is technisch normaal, maar u kunt al vermoeid zijn en haaruitval ervaren. De orthomoleculaire geneeskunde hanteert nauwere ranges, gebaseerd op onderzoek naar de waarden waarbij de gezondheidsuitkomsten het beste zijn.

In deze gids bespreken we 25 veelgevraagde markers, gegroepeerd per functiegebied. Bij elke marker geven we aan wat deze meet, wat de laboratoriumreferentie is, en welke range orthomoleculaire therapeuten als optimaal beschouwen. Elke marker heeft een eigen detailpagina met uitgebreide uitleg, wetenschappelijke bronnen en praktische adviezen.

Belangrijk

De optimale ranges in deze gids zijn richtlijnen, geen absolute waarden. Individuele omstandigheden (leeftijd, geslacht, medicatie, aandoening) kunnen de interpretatie beïnvloeden. Laat bloedwaarden altijd interpreteren door een gekwalificeerde therapeut of arts.

Voedingsstatus (8 markers)

Deze markers geven inzicht in de voorraad en beschikbaarheid van essentiële voedingsstoffen. Tekorten hier liggen vaak aan de basis van diverse klachten en worden door de reguliere geneeskunde lang niet altijd standaard gescreend.

Vitamine D (25-OH)

Meet de opslagvorm van vitamine D. De belangrijkste marker voor vitamine D-status. Laboratorium-referentie: 50–120 nmol/L. Orthomoleculair optimaal: 75–125 nmol/L. Tekort wordt geassocieerd met verminderde immuniteit, botontkalking, depressie en verhoogd risico op auto-immuunziekten. In Nederland heeft 40-60% een suboptimale waarde.

Vitamine D-waarde: volledig overzicht

Vitamine B12 (actief)

Meet de beschikbare, actieve vorm van vitamine B12 (holotranscobalamine). Referentie: >35 pmol/L (actief B12) of 200–900 pg/mL (totaal). Optimaal: >70 pmol/L (actief) of >500 pg/mL (totaal). Tekort veroorzaakt vermoeidheid, neurologische klachten, bloedarmoede en verhoogd homocysteïne. Veganisten, ouderen en gebruikers van maagzuurremmers lopen extra risico.

Vitamine B12-waarde: volledig overzicht

Ferritine

Meet de ijzervoorraad in het lichaam. Referentie: 15–300 ng/mL (vrouwen) of 30–400 ng/mL (mannen). Optimaal: 50–100 ng/mL. Te laag: vermoeidheid, haaruitval, concentratieproblemen. Te hoog (>200 bij vrouwen): kan wijzen op hemochromatose of ontsteking. Ferritine is ook een acutefase-eiwit en kan vals verhoogd zijn bij infectie.

Ferritine: volledig overzicht

Homocysteïne

Aminozuur dat wordt afgebroken met hulp van vitamine B12, B6 en foliumzuur. Referentie: <15 μmol/L. Optimaal: <8 μmol/L. Verhoogd homocysteïne is een onafhankelijke risicofactor voor hart- en vaatziekten, dementie en zwangerschapscomplicaties. Het is ook een functionele marker voor B-vitaminetekorten.

Homocysteïne: volledig overzicht

Zink (serum)

Meet de zinkconcentratie in serum. Referentie: 10–18 μmol/L. Optimaal: 12–16 μmol/L. Zink is cofactor voor meer dan 300 enzymen. Tekort beïnvloedt immuunsysteem, huid, wondgenezing en hormoonbalans. Serumzink is slechts een grove indicatie — slechts 0,1% van het lichaamszink bevindt zich in serum.

Zink-waarde: volledig overzicht

Selenium (serum)

Meet de seleniumconcentratie. Referentie: 0,6–1,2 μmol/L (of 50–100 μg/L). Optimaal: 1,0–1,2 μmol/L. Selenium is essentieel voor schildklierconversie (T4 naar T3), glutathionperoxidase en antioxidantbescherming. Nederland is een seleniumarm land — de gemiddelde inname ligt onder de aanbeveling.

Selenium-waarde: volledig overzicht

Magnesium (intracellulair / RBC)

Erytrocyt-magnesium is nauwkeuriger dan serummagnesium, dat slechts 1% van het totale magnesium weerspiegelt. Referentie serum: 0,7–1,0 mmol/L. Optimaal: >0,85 mmol/L (serum) of 4,2–6,8 mg/dL (RBC). Tekort uit zich in spierkrampen, hartkloppingen, angst en slaapproblemen. Vrijwel iedereen in Nederland krijgt minder binnen dan de aanbevolen 300-400 mg/dag.

Magnesium-waarde: volledig overzicht

Omega-3 index

Meet het percentage EPA+DHA in rode bloedcelmembranen. Geen standaard laboratoriumreferentie (niet regulier). Optimaal: >8%. De gemiddelde Nederlander scoort 4-5%. Een index <4% wordt geassocieerd met verhoogd cardiovasculair risico, ontsteking en cognitieve achteruitgang. Wordt gemeten via een gedroogde bloeddruppeltest.

Omega-3 index: volledig overzicht

Een ferritine van 16 ng/mL is ‘normaal’ volgens het lab, maar u kunt al maanden uitgeput zijn. Het verschil tussen referentiewaarde en optimale waarde is het verschil tussen ‘niet ziek’ en ‘gezond’.

Schildklier (4 markers)

De schildklier regelt de stofwisseling. Een standaard schildkliertest meet alleen TSH, maar dit is onvoldoende voor orthomoleculaire diagnostiek. Een volledig panel omvat TSH, vrij T4, vrij T3 en antistoffen — zonder deze vier markers kan een conversieprobleem of beginnende auto-immuunreactie worden gemist.

TSH (thyroïdstimulerend hormoon)

Het aansturingshormoon vanuit de hypofyse. Stijgt bij een trage schildklier, daalt bij een overactieve. Referentie: 0,4–4,0 mU/L. Optimaal: 1,0–2,0 mU/L. Een TSH van 3,5 is ‘normaal’ maar kan al wijzen op subklinische hypothyreoïdie, zeker in combinatie met klachten en verhoogde antistoffen.

TSH: volledig overzicht

Vrij T4 (thyroxine)

Het schildklierhormoon dat de schildklier afgeeft. Moet door het lichaam worden omgezet naar het actieve T3. Referentie: 12–22 pmol/L. Optimaal: 15–18 pmol/L. Een normale T4 bij lage T3 wijst op een conversieprobleem, vaak door seleniumtekort, stress of ontsteking.

Vrij T4: volledig overzicht

Vrij T3 (triiodothyronine)

Het actieve schildklierhormoon. Wordt slechts door ~20% direct afgescheiden; de rest ontstaat door conversie van T4. Referentie: 3,1–6,8 pmol/L. Optimaal: 4,5–6,0 pmol/L. De verhouding vrij T3/vrij T4 (de conversieratio) is een waardevolle indicator die standaardlabs niet berekenen.

Vrij T3: volledig overzicht

Anti-TPO (schildklierantistoffen)

Antistoffen tegen thyreoperoxidase, het enzym dat schildklierhormoon maakt. Referentie: <35 IU/mL. Optimaal: <10 IU/mL. Verhoogde anti-TPO wijst op auto-immuunthyroïditis (Hashimoto). Kan jaren verhoogd zijn vóórdat de TSH afwijkt. Selenium (200 μg/dag) verlaagt anti-TPO significant volgens meta-analyses.

Anti-TPO: volledig overzicht

Ontsteking (3 markers)

Chronische laaggradige ontsteking (‘silent inflammation’) is een gemeenschappelijke factor bij vrijwel alle chronische aandoeningen. Deze markers maken onzichtbare ontsteking meetbaar en helpen bepalen of een anti-inflammatoire strategie prioriteit heeft.

hs-CRP (hoog-sensitief C-reactief proteïne)

De gevoeligste marker voor systemische ontsteking. Standaard CRP meet acute ontsteking; hs-CRP detecteert ook chronische laaggradige ontsteking. Referentie: <5 mg/L (CRP). Optimaal: <1,0 mg/L (hs-CRP). Cardiovasculair risico stijgt al boven 1 mg/L. Omega-3, curcumine en anti-inflammatoir dieet kunnen hs-CRP verlagen.

hs-CRP: volledig overzicht

BSE / bezinking

Aspecifieke ontstekingsmarker die meet hoe snel rode bloedcellen bezinken. Referentie: <20 mm/uur (vrouwen) of <15 mm/uur (mannen). Optimaal: <10 mm/uur. Minder specifiek dan hs-CRP maar nuttig in combinatie. Verhoogd bij infectie, auto-immuunziekte, maligniteit. Daalt langzamer dan CRP na genezing.

Bezinking: volledig overzicht

Calprotectine (fecaal)

Meet ontsteking specifiek in de darm. Wordt bepaald in ontlasting, niet in bloed. Referentie: <50 μg/g. Optimaal: <30 μg/g. Verhoogd bij IBD (Crohn, colitis ulcerosa), infectie en medicijngebruik (NSAID’s). Nuttig om PDS (functioneel) te onderscheiden van IBD (inflammatoir). Een therapeut gebruikt deze marker om te bepalen of darmherstelprotocol prioriteit heeft.

Calprotectine: volledig overzicht

Lipiden (4 markers)

Het lipidenpanel is een van de meest aangevraagde bloedtests. De orthomoleculaire interpretatie kijkt verder dan ‘cholesterol is slecht’ en richt zich op de verhouding tussen de subfracties, de rol van triglyceriden als marker voor insulineresistentie, en de context van het totale metabole plaatje.

Totaal cholesterol

De som van HDL, LDL en VLDL. Referentie: <5,0 mmol/L. Optimaal: 4,0–5,5 mmol/L (contextafhankelijk). Op zichzelf weinig informatief — de verhouding TC/HDL is nuttiger. Te laag cholesterol (<3,5 mmol/L) wordt geassocieerd met verhoogd risico op depressie en hormoonproblemen, aangezien cholesterol een bouwsteen is voor steroïdhormonen.

Totaal cholesterol: volledig overzicht

LDL-cholesterol

Het ‘slechte’ cholesterol — maar de realiteit is genuanceerder. Grote, drijvende LDL-deeltjes zijn minder atherogeen dan kleine, dichte LDL. Referentie: <3,0 mmol/L. Optimaal: <2,5 mmol/L (bij risicofactoren lager). De ratio triglyceriden/HDL is een betere voorspeller van cardiovasculair risico dan LDL alleen.

LDL-cholesterol: volledig overzicht

HDL-cholesterol

Het ‘goede’ cholesterol dat cholesterol terug naar de lever transporteert. Referentie: >1,0 mmol/L (mannen) of >1,2 mmol/L (vrouwen). Optimaal: >1,5 mmol/L. Beweging, omega-3 en niacine (B3) verhogen HDL. De ratio totaal cholesterol/HDL moet bij voorkeur <4 zijn.

HDL-cholesterol: volledig overzicht

Triglyceriden

Vetten in het bloed, sterk beïnvloed door koolhydraatinname en insulineresistentie. Referentie: <1,7 mmol/L (nuchter). Optimaal: <1,0 mmol/L. Verhoogde triglyceriden zijn een vroege marker voor insulineresistentie. De ratio triglyceriden/HDL <1 (in mmol/L) wijst op goede insulinegevoeligheid. Omega-3 (2-4 g/dag), koolhydraatbeperking en berberine verlagen triglyceriden effectief.

Triglyceriden: volledig overzicht

Hormonen (3 markers)

Hormonen zijn de boodschappers van het lichaam. Een verstoorde hormoonbalans kan zich uiten in vermoeidheid, gewichtstoename, slaapproblemen, stemmingswisselingen en vruchtbaarheidsproblemen. De orthomoleculaire benadering focust op het ondersteunen van de hormonale assen met voedingsstoffen die als cofactoren fungeren.

Cortisol

Het stresshormoon, geproduceerd door de bijnieren met een kenmerkend dagritme (piek ‘s ochtends, daling ‘s avonds). Ochtendpiek referentie (bloed, 8u): 170–540 nmol/L. Optimaal: 400–500 nmol/L (ochtend). Een speekselcortisol-dagcurve geeft het meeste inzicht. Afgevlakt dagritme wijst op HPA-as dysregulatie. Ashwagandha, fosfatidylserine en vitamine C helpen normaliseren.

Cortisol: volledig overzicht

DHEA-S

Het meest abundante steroïdhormoon, voorloper van testosteron en oestrogeen. Daalt na het 30e levensjaar. Referentie: leeftijdsafhankelijk. Optimaal: bovenkwart van de leeftijdsreferentie. Verlaagd DHEA-S in combinatie met verhoogd cortisol wijst op chronische stress en HPA-as uitputting. DHEA-suppletie (onder begeleiding) kan energie en hormoonbalans verbeteren.

DHEA-S: volledig overzicht

Oestradiol (E2)

Het belangrijkste oestrogeen bij vrouwen (ook relevant bij mannen). Referentie: sterk cyclusafhankelijk. Optimaal: contextafhankelijk per cyclisfase. Bij vrouwen in de perimenopauze en menopauze is de trend over tijd het belangrijkst. Oestrogeendominantie (relatief te veel oestrogeen t.o.v. progesteron) is een veelvoorkomend patroon bij PMS, endometriose en fibromen. DIM (di-indolylmethaan) en calcium-D-glucaraat ondersteunen gezonde oestrogeenmetabolisme.

Oestradiol: volledig overzicht

Metabool (3 markers)

Deze markers brengen de bloedsuikerregulatie in kaart. Insulineresistentie is een stille epidemie: naar schatting heeft 25-30% van de Nederlandse volwassenen enige mate van insulineresistentie, vaak zonder het te weten. Vroegtijdige detectie biedt een enorm preventievenster.

HbA1c (geglyceerd hemoglobine)

Meet het gemiddelde bloedsuiker over de afgelopen 2-3 maanden. Referentie: <42 mmol/mol (niet-diabeet). Optimaal: <34 mmol/mol. Prediabetes: 42-48 mmol/mol. Diabetes: ≥48 mmol/mol. HbA1c is stabieler dan nuchtere glucose en wordt minder beïnvloed door dagelijkse schommelingen. Let op: vals laag bij bloedverlies of hemolytische anemie.

HbA1c: volledig overzicht

Glucose (nuchter)

Meet de bloedsuiker na 8-12 uur vasten. Referentie: 3,5–6,1 mmol/L. Optimaal: 4,0–5,0 mmol/L. Prediabetes: 6,1-7,0 mmol/L. De nuchtere glucose is een late marker — insuline stijgt jaren eerder. Daarom is nuchtere insuline een waardevolle aanvulling. Chroompicolinaat, berberine en kaneel kunnen nuchtere glucose verlagen.

Nuchtere glucose: volledig overzicht

Insuline (nuchter)

Meet de insulineproductie bij vasten. Wordt zelden standaard aangevraagd door huisartsen, maar is de vroegste marker voor insulineresistentie. Referentie: 2–25 mU/L. Optimaal: <8 mU/L. De HOMA-IR index (glucose × insuline / 22,5) moet bij voorkeur <1,5 zijn. Verhoogd nuchter insuline bij normale glucose wijst op compensatoire hyperinsulinemie — het lichaam heeft steeds meer insuline nodig om de bloedsuiker normaal te houden.

Nuchtere insuline: volledig overzicht

Nuchtere insuline is de vergeten marker. Het stijgt jaren vóór glucose afwijkt, maar wordt bijna nooit standaard aangevraagd. Als u één extra test zou mogen kiezen, kies deze.

Van bloeduitslag naar actieplan

Een complete bloedtest is pas waardevol als de resultaten in context worden geïnterpreteerd. Een orthomoleculair therapeut kijkt naar:

  1. Het totaalplaatje — individuele waarden bekijken in samenhang, niet geïsoleerd
  2. Trends over tijd — één meting is een momentopname; de richting telt meer
  3. Uw klachten — een ‘normale’ waarde kan bij uw klachtenpatroon toch suboptimaal zijn
  4. Interacties — ijzer en zink concurreren om opname; vitamine D en K2 werken samen
  5. De oorzaak — een tekort corrigeren zonder de oorzaak aan te pakken geeft tijdelijk resultaat

Onze aandoeningen-gids laat per conditie zien welke labwaarden het meest relevant zijn.

Let op bij nuchter prikken

Voor de meest betrouwbare resultaten: prik nuchter (8-12 uur geen voedsel), ‘s ochtends vroeg (voor schildklier en cortisol), en neem schildkliermedicatie na het prikken. Supplementen met biotine (B7) kunnen schildklierwaarden verstoren — stop 48 uur voor de prikdatum.

Referentietabel: 25 markers

Marker Categorie Referentie Optimaal Eenheid
Vitamine D (25-OH)Voeding50–12075–125nmol/L
Vitamine B12 (actief)Voeding>35>70pmol/L
FerritineVoeding15–300 (v)50–100ng/mL
HomocysteïneVoeding<15<8μmol/L
Zink (serum)Voeding10–1812–16μmol/L
SeleniumVoeding0,6–1,21,0–1,2μmol/L
Magnesium (serum)Voeding0,7–1,0>0,85mmol/L
Omega-3 indexVoeding—>8%
TSHSchildklier0,4–4,01,0–2,0mU/L
Vrij T4Schildklier12–2215–18pmol/L
Vrij T3Schildklier3,1–6,84,5–6,0pmol/L
Anti-TPOSchildklier<35<10IU/mL
hs-CRPOntsteking<5 (CRP)<1,0mg/L
Bezinking (BSE)Ontsteking<20 (v)<10mm/uur
Calprotectine (fecaal)Ontsteking<50<30μg/g
Totaal cholesterolLipiden<5,04,0–5,5mmol/L
LDL-cholesterolLipiden<3,0<2,5mmol/L
HDL-cholesterolLipiden>1,0 (m)>1,5mmol/L
TriglyceridenLipiden<1,7<1,0mmol/L
Cortisol (ochtend)Hormonen170–540400–500nmol/L
DHEA-SHormonenleeftijdsafh.bovenkwartμmol/L
Oestradiol (E2)Hormonencyclusafh.contextafh.pmol/L
HbA1cMetabool<42<34mmol/mol
Glucose (nuchter)Metabool3,5–6,14,0–5,0mmol/L
Insuline (nuchter)Metabool2–25<8mU/L

Veelgestelde vragen

Wat is het verschil tussen referentiewaarden en optimale waarden?
Referentiewaarden zijn gebaseerd op 95% van de ogenschijnlijk gezonde bevolking. Optimale waarden zijn smaller en gebaseerd op de ranges waarbij gezondheidsuitkomsten het beste zijn volgens wetenschappelijk onderzoek.
Kan mijn huisarts deze bloedwaarden aanvragen?
De meeste standaard markers (TSH, ferritine, vitamine D, cholesterol) kan uw huisarts aanvragen. Specialistischere markers (vrij T3, homocysteïne, omega-3 index, DHEA-S) worden niet altijd standaard aangevraagd. Een therapeut kan aanvullend onderzoek laten doen.
Hoe vaak moet ik mijn bloedwaarden laten controleren?
Bij start van een traject wordt een uitgebreide nulmeting gedaan. Na 3-6 maanden suppletie worden relevante waarden opnieuw gemeten. Daarna is jaarlijkse controle meestal voldoende.
Waarom verschilt de optimale range per therapeut?
Er bestaat geen universele consensus over optimale ranges. De ranges in deze gids zijn gebaseerd op veelgebruikte richtlijnen in de Nederlandse orthomoleculaire praktijk en wetenschappelijke literatuur.
Moet ik nuchter zijn voor bloedonderzoek?
Voor de meeste markers is nuchter prikken (8-12 uur niet eten) aanbevolen, vooral voor glucose, insuline, triglyceriden en cholesterol. Uw therapeut of het lab geeft specifieke instructies.

25 markers in de kennisbank

D
Vitamine D (25-OH)
Opslagvorm vitamine D. Optimaal: 75-125 nmol/L.
Lees meer →
B12
Vitamine B12 (actief)
Actief holotranscobalamine. Optimaal: >70 pmol/L.
Lees meer →
Fe
Ferritine
IJzeropslagproteïne. Optimaal: 50-100 ng/mL.
Lees meer →
Hcy
Homocysteïne
B-vitamine-marker en cardiovasculair risico. Optimaal: <8.
Lees meer →
Zn
Zink (serum)
Cofactor 300+ enzymen. Optimaal: 12-16 μmol/L.
Lees meer →
Se
Selenium
Schildklier en antioxidant. Optimaal: 1,0-1,2 μmol/L.
Lees meer →
Mg
Magnesium
Spieren, zenuwen, energie. Optimaal: >0,85 mmol/L.
Lees meer →
ω3
Omega-3 index
EPA+DHA in rode bloedcellen. Optimaal: >8%.
Lees meer →
TSH
TSH
Schildklieraansturing. Optimaal: 1,0-2,0 mU/L.
Lees meer →
fT4
Vrij T4
Schildklierhormoon (inactief). Optimaal: 15-18 pmol/L.
Lees meer →
fT3
Vrij T3
Actief schildklierhormoon. Optimaal: 4,5-6,0 pmol/L.
Lees meer →
TPO
Anti-TPO
Schildklierantistoffen. Optimaal: <10 IU/mL.
Lees meer →
CRP
hs-CRP
Systemische ontsteking. Optimaal: <1,0 mg/L.
Lees meer →
BSE
Bezinking
Aspecifieke ontstekingsmarker. Optimaal: <10 mm/uur.
Lees meer →
Cal
Calprotectine (fecaal)
Darmontsteking. Optimaal: <30 μg/g.
Lees meer →
TC
Totaal cholesterol
Som HDL+LDL+VLDL. Optimaal: 4,0-5,5 mmol/L.
Lees meer →
LDL
LDL-cholesterol
Atherogeen cholesterol. Optimaal: <2,5 mmol/L.
Lees meer →
HDL
HDL-cholesterol
Beschermend cholesterol. Optimaal: >1,5 mmol/L.
Lees meer →
TG
Triglyceriden
Bloedvetten en insulinemarker. Optimaal: <1,0 mmol/L.
Lees meer →
Cor
Cortisol
Stresshormoon. Optimaal ochtend: 400-500 nmol/L.
Lees meer →
DH
DHEA-S
Hormoonvoorloper. Optimaal: bovenkwart leeftijdsrange.
Lees meer →
E2
Oestradiol
Belangrijkste oestrogeen. Cyclusafhankelijk.
Lees meer →
A1c
HbA1c
Langetermijn bloedsuiker. Optimaal: <34 mmol/mol.
Lees meer →
Glu
Glucose (nuchter)
Bloedsuiker nuchter. Optimaal: 4,0-5,0 mmol/L.
Lees meer →
Ins
Insuline (nuchter)
Vroege insulineresistentie-marker. Optimaal: <8 mU/L.
Lees meer →

Persoonlijk advies nodig?

Een orthomoleculair therapeut kan uw bloedwaarden op optimale ranges beoordelen en een persoonlijk supplementatieplan opstellen op basis van uw unieke profiel.

Vind een therapeut →
Eerst dit lezen: Een uitslag is nog geen advies — waarom een referentiewaarde een bandbreedte is, een rapport een momentopname, en de interpretatie het werk is (niet het getal).