Totaal cholesterol is de som van LDL, HDL en VLDL (triglyceriden/2,2) in je bloed. Cholesterol is een essentiële bouwstof: het vormt celmembranen, is grondstof voor hormonen (cortisol, testosteron, oestrogeen), vitamine D-synthese en galzouten. Totaal cholesterol alleen is een slechte voorspeller van cardiovasculair risico — de verhouding en het type deeltjes zijn belangrijker.
| Type | Range |
|---|---|
| Laboratorium-referentie | < 5,0 mmol/L (NHG-richtlijn) |
| Functioneel optimaal | 4,0 – 6,5 mmol/L (contextafhankelijk) |
De NHG-richtlijn hanteert <5,0 als streefwaarde, maar dit is een populatiegemiddelde. Een totaal cholesterol van 5,5 met hoog HDL en laag TG kan gezonder zijn dan 4,0 met laag HDL en hoog TG. Kijk altijd naar de verhouding totaal cholesterol/HDL (ideaal <4) en TG/HDL-ratio (ideaal <1).
Hieronder vind je een complete tabel met normaalwaarden én orthomoleculair optimale waarden voor alle belangrijke lipidenmarkers. Vrouwen hebben doorgaans hoger HDL en lagere triglyceriden dan mannen.
| Marker | Optimaal | Grens | Verhoogd risico |
|---|---|---|---|
| Totaal cholesterol | 4,0 – 5,5 mmol/L | 5,5 – 6,5 | > 6,5 mmol/L |
| LDL-cholesterol | < 2,6 mmol/L (< 100 mg/dL) | 2,6 – 3,4 | > 3,4 mmol/L |
| HDL-cholesterol (man) | > 1,3 mmol/L | 1,0 – 1,3 | < 1,0 mmol/L |
| HDL-cholesterol (vrouw) | > 1,5 mmol/L | 1,3 – 1,5 | < 1,3 mmol/L |
| Non-HDL-cholesterol | < 3,4 mmol/L | 3,4 – 4,1 | > 4,1 mmol/L |
| Triglyceriden (nuchter) | < 1,0 mmol/L | 1,0 – 1,7 | > 1,7 mmol/L |
| Lp(a) — lipoproteïne(a) | < 75 nmol/L | 75 – 125 | > 125 nmol/L |
| ApoB | < 0,8 g/L | 0,8 – 1,0 | > 1,0 g/L |
Ratio’s zijn betere voorspellers van cardiovasculair risico dan losse waarden. Een ‘hoog’ totaal cholesterol met uitstekende ratio’s is niet noodzakelijk risicovol.
De klassieke atherogene index. Deel totaal cholesterol door HDL. Bijvoorbeeld: 6,0 / 2,0 = 3,0 (uitstekend).
Sterke voorspeller van insulineresistentie én cardiovasculair risico. Veel onderzoekers beschouwen deze als de belangrijkste enkele marker uit het lipidenpanel.
Vergelijkbaar met totaal/HDL maar specifieker op de ‘slechte’/‘goede’-balans.
Verhoogd totaal cholesterol (>6,5 mmol/L) kan wijzen op:
Niet altijd risicovol: bij hoog HDL en laag TG is het risico veel lager dan de kale waarde suggereert.
Te laag totaal cholesterol (<3,5 mmol/L) is geassocieerd met:
Bij ouderen is een matig cholesterol (>5 mmol/L) geassocieerd met lagere sterfte dan zeer laag cholesterol.
Niet per se. Een totaal cholesterol van 6 met HDL van 2,0 en TG van 0,8 geeft een ratio van 3,0 (uitstekend). Dezelfde 6 met HDL 1,0 en TG 3,0 is wél risicovol. De context bepaalt alles.
Dat hangt af van je totale risicoprofiel: leeftijd, bloeddruk, roken, diabetes, familiegeschiedenis. Bij geïsoleerd hoog cholesterol zonder andere risicofactoren zijn leefstijl en voedingssupplementen vaak voldoende. Bespreek altijd met je arts.
Bij de meeste mensen nauwelijks. Het lichaam compenseert dieetcholesterol door minder zelf aan te maken. Transvetten en overmatige suikers/koolhydraten hebben meer invloed op je cholesterolprofiel dan eieren.
De NHG hanteert < 5,0 mmol/L als streefwaarde totaal cholesterol. Orthomoleculair ligt het optimum tussen 4,0 en 5,5 mmol/L, mits de ratio totaal/HDL onder de 3,5 blijft en triglyceriden onder de 1,0. Boven 6,5 is verdere beoordeling zinvol, boven 8,0 is het risicovol en vraagt om actie — kijk altijd naar het complete lipidenprofiel en je individuele risicofactoren (leeftijd, bloeddruk, roken, diabetes, familiegeschiedenis).
Een ‘goede’ cholesterol is geen vaste waarde maar een combinatie. Als vuistregel geldt: totaal cholesterol 4,0–5,5 mmol/L, LDL < 2,6, HDL > 1,3 (man) of > 1,5 (vrouw), triglyceriden < 1,0. En belangrijk: ratio totaal/HDL < 3,5, ratio TG/HDL < 1,0. Iemand met cholesterol 5,8 maar HDL 2,2 en TG 0,6 is metabool gezonder dan iemand met cholesterol 4,2 maar HDL 0,9 en TG 2,5.
LDL-cholesterol optimaal: < 2,6 mmol/L (of < 100 mg/dL in Amerikaanse eenheden). Bij al bestaande cardiovasculaire ziekte wordt vaak < 1,8 mmol/L nagestreefd. Belangrijker dan LDL alleen is of het LDL-patroon bestaat uit grote pluizige deeltjes (type A, minder riskant) of klein-dichte deeltjes (type B, atherogeen). Een hoge TG/HDL-ratio (> 2) is een sterke indicator van het ongunstige type B.
De ratio totaal cholesterol / HDL is ideaal onder de 3,5. Een ratio van 3,0 of lager wordt geassocieerd met lage cardiovasculaire risico. De ratio triglyceriden / HDL is nog informatiever: < 1,0 is uitstekend (insulinegevoelig, grote LDL-deeltjes), > 2,0 wijst op insulineresistentie en klein-dicht LDL-patroon — ook bij normaal totaal cholesterol.
Ja, vooral bij HDL. Vrouwen hebben door oestrogeen doorgaans een hoger HDL (optimaal > 1,5 mmol/L tegenover > 1,3 voor mannen) en lagere triglyceriden. Na de menopauze stijgen LDL en TG bij vrouwen vaak, en daalt HDL — daardoor stijgt het cardiovasculaire risico. Totaal cholesterol stijgt bij beide geslachten met de leeftijd, maar een hoog cholesterol op latere leeftijd is niet automatisch risicovol (zie de referentie-tabel hierboven).
Non-HDL-cholesterol = totaal cholesterol − HDL. Het representeert alle atherogene deeltjes (LDL, VLDL, IDL, Lp(a)) samen en is een betere voorspeller van cardiovasculair risico dan LDL alleen, vooral bij mensen met verhoogde triglyceriden. Optimaal: < 3,4 mmol/L. De ESC/EAS-richtlijnen gebruiken non-HDL inmiddels als secundair behandeldoel naast LDL.
Een orthomoleculair therapeut bekijkt het totaalplaatje en stelt een persoonlijk protocol op.
Therapeut zoeken →