Nuchtere glucose meet de bloedsuikerspiegel na minimaal 8-12 uur vasten. Het weerspiegelt de basale glucoseproductie door de lever (gluconeogenese) en de insulinegevoeligheid. Het is de meest gevraagde metabole test en de eerste screening op diabetes. Een momentopname die wordt beïnvloed door stress, slaap en dawnfenomeen (ochtendstijging door cortisol).
| Type | Range |
|---|---|
| Laboratorium-referentie | 3,9 – 5,5 mmol/L (nuchter) |
| Functioneel optimaal | 4,0 – 5,0 mmol/L |
De WHO-grens voor prediabetes is 6,1-6,9 mmol/L, voor diabetes ≥7,0. In de functionele geneeskunde is 5,0-5,5 al een signaal van beginnende insulineresistentie. Combineer altijd met nuchtere insuline (voor HOMA-IR) en HbA1c voor het complete plaatje.
Verhoogde nuchtere glucose (>5,5 mmol/L) wijst op:
Dawn phenomenon: bij sommige mensen stijgt glucose in de vroege ochtend door cortisol. Een glucose van 6,0 bij ontwaken kan daardoor misleidend lijken.
Lage nuchtere glucose (<3,9 mmol/L, hypoglykemie) kan wijzen op:
Symptomen: trillen, zweten, hartkloppingen, verwardheid, honger. Bij herhaalde episodes: verder onderzoek.
Minimaal 8 uur, idealiter 10-12 uur. Alleen water is toegestaan. Koffie (zwart) en medicatie in overleg. Stress bij de bloedafname kan glucose licht verhogen.
Volgens het lab wel (grens 5,5-6,0). Functioneel gezien is 5,3 aan de hoge kant en een signaal om je insuline, HbA1c en TG/HDL-ratio te controleren. Vroege interventie bij beginnende insulineresistentie is veel effectiever dan wachten op diabetes.
Het dawnfenomeen (dawn phenomenon) is een natuurlijke stijging van glucose in de vroege ochtend door cortisolafgifte. Bij insulineresistentie is dit effect sterker, waardoor nuchtere glucose hoger uitvalt dan je daadwerkelijke gemiddelde. Een CGM (continue glucosemonitor) kan dit objectiveren.
Een orthomoleculair therapeut bekijkt het totaalplaatje en stelt een persoonlijk protocol op.
Therapeut zoeken →