De bezinkingssnelheid (BSE) meet hoe snel rode bloedcellen naar de bodem van een buisje zakken in 1 uur. Bij ontsteking produceren cellen meer fibrinogeen en immunoglobulinen, waardoor rode bloedcellen gaan samenklonteren ("roleaux") en sneller bezinken. Het is een aspecifieke maar breed inzetbare ontstekingsmarker. BSE verandert trager dan CRP: het stijgt en daalt langzamer.
| Type | Range |
|---|---|
| Laboratorium-referentie | Vrouwen: < 20 mm/uur Mannen: < 15 mm/uur (stijgt met leeftijd) |
| Functioneel optimaal | < 10 mm/uur |
De referentiewaarde stijgt met de leeftijd. Vuistregel: leeftijd/2 voor mannen, (leeftijd+10)/2 voor vrouwen. Een BSE van 30 bij een 70-jarige is anders dan bij een 30-jarige. BSE is minder specifiek dan hs-CRP maar kan ziekten oppikken die CRP mist (zoals multipel myeloom).
Verhoogde bezinking wijst op:
Een BSE >100 mm/uur (extreem verhoogd) vraagt altijd om verder onderzoek.
Een zeer lage BSE (<1 mm/uur) kan voorkomen bij:
Over het algemeen is een lage BSE gunstig en wijst op afwezigheid van systemische ontsteking.
CRP (hs-CRP) reageert sneller en is specifieker voor ontsteking. BSE is trager maar kan ziekten oppikken die CRP mist, zoals multipel myeloom. Artsen vragen vaak beide aan: ze zijn complementair.
Dat hangt af van je leeftijd en geslacht. Bij een jonge man is 25 duidelijk verhoogd, bij een 70-jarige vrouw kan het nog normaal zijn. Combineer altijd met CRP en klachten voor de juiste interpretatie.
BSE reageert trager dan CRP. Na een acute infectie kan het 2-4 weken duren voor de BSE normaliseert. Bij chronische aandoeningen daalt de BSE pas als de onderliggende oorzaak is behandeld.
Een orthomoleculair therapeut bekijkt het totaalplaatje en stelt een persoonlijk protocol op.
Therapeut zoeken →