Triglyceriden (TG) zijn vetten in het bloed die dienen als energieopslag. Ze worden getransporteerd in VLDL-deeltjes vanuit de lever. Nuchtere triglyceriden weerspiegelen de vetproductie door de lever, die sterk wordt gestuurd door insuline en koolhydraatinname. Verhoogde TG zijn de beste lipidemarker voor insulineresistentie en metabole syndroom.
| Type | Range |
|---|---|
| Laboratorium-referentie | < 1,7 mmol/L (nuchter) |
| Functioneel optimaal | < 1,0 mmol/L |
De NHG-grens van 1,7 is ruim. In de functionele geneeskunde wordt <1,0 mmol/L als optimaal beschouwd. De TG/HDL-ratio is de sterkste voorspeller van insulineresistentie en small dense LDL: ideaal <1,0 (mmol/L/mmol/L). Nuchter (12 uur vasten) is essentieel voor betrouwbare meting.
Verhoogde triglyceriden (>1,7 mmol/L) zijn geassocieerd met:
Oorzaken: overmatige suiker-/koolhydraatconsumptie, alcohol, overgewicht, hypothyreoïdie, diabetes, medicatie (bètablokkers, corticosteroiden).
Triglyceriden <0,5 mmol/L zijn zeldzaam en kunnen wijzen op:
Over het algemeen is een lage TG-waarde gunstig en geen reden tot bezorgdheid.
Twee punten die bij elke triglyceriden-bepaling te vaak fout gaan, en eenvoudig te verbeteren zijn:
Triglyceriden stijgen postprandiaal twee tot drie keer de nuchtere waarde, afhankelijk van de maaltijd. Na een vette lunch kan een normaal-nuchter TG van 0,9 mmol/L opschieten naar 2,4 — en dan staat er op de uitslag “verhoogd triglyceriden” terwijl er metabolisch niks mis is. 9–12 uur nuchter is de eis, en dat betekent geen koffie met melk, geen fruit, geen proteinshake in de ochtend. Alleen water.
In NL worden triglyceriden de laatste jaren steeds vaker “niet-nuchter” geaccepteerd voor cardiovasculaire risicoprofielen. Voor dat doel (epidemiologisch risico) gaat dat op; voor individuele beoordeling van de stofwisseling is het onbruikbaar.
Op elk standaard lipidenpanel staan beide getallen al — gewoon delen en je hebt een van de sterkste surrogaatmarkers voor insulineresistentie en cardiometabool risico. De biologie: insulineresistentie verstoort lipoproteinestofwisseling; TG stijgt, HDL daalt. De ratio vergroot dit effect en is robuuster dan TG alleen.
| TG/HDL-ratio | Betekenis |
|---|---|
| < 1,0 | Optimaal — insulinegevoelig |
| 1,0–2,0 | Grensgebied, monitoren |
| 2,0–3,0 | Insulineresistentie waarschijnlijk |
| > 3,0 | Duidelijke insulineresistentie, hoog cardiovasculair risico |
Bij iemand met normale nuchtere glucose maar TG/HDL van 2,8 weet je: insuline is waarschijnlijk al chronisch verhoogd. Vraag dan nuchtere insuline aan voor HOMA-IR-berekening.
Praktisch: bij elke cliënt met cardiometabole klachten bereken je TG/HDL uit het lipidenpanel. Gratis informatie die de huisarts vrijwel nooit expliciet benoemt. Hoge ratio → nuchtere insuline bepalen → HOMA-IR berekenen.
Triglyceriden weerspiegelen direct je insulinegevoeligheid en koolhydraatmetabolisme. De TG/HDL-ratio voorspelt cardiovasculair risico en small dense LDL beter dan LDL alleen. Een TG/HDL-ratio <1,0 is optimaal.
Triglyceriden reageren snel op dieetaanpassingen. Door koolhydraten en suikers te verminderen, omega-3 toe te voegen en intermittent fasting toe te passen, kunnen TG binnen 2-4 weken met 30-50% dalen.
Ja, 12 uur vasten is essentieel. Na een maaltijd stijgen TG tijdelijk met 50-100%. Niet-nuchtere TG zijn onbetrouwbaar voor vergelijking met referentiewaarden.
Een orthomoleculair therapeut bekijkt het totaalplaatje en stelt een persoonlijk protocol op.
Therapeut zoeken →