Home Kennisbank Orthomoleculair bij paarden
Huisdier-pillar · paard

Orthomoleculair bij paarden

Van hoefkwaliteit en maagzweer tot PSSM en laminitis — welke orthomoleculaire stoffen werken bij paarden, en welke zijn ronduit gevaarlijk of dopinggevoelig? Een praktische gids voor therapeuten, eigenaren en paardenprofessionals, met doseringen voor een paard van ~500 kg, rasspecifieke aandachtspunten en FEI-dopingwaarschuwing.

Achtergrond

Wat is orthomoleculaire therapie bij paarden?

Orthomoleculair bij paarden is het gericht inzetten van voedingsstoffen — mineralen, vitamines, aminozuren, vetzuren, fyto-stoffen en probiotica — om de fysiologie van een groot, herbivoor dier te ondersteunen. Het is een aanvulling op de paardenarts, nooit een vervanging. En juist bij paarden zijn er enkele fysiologische kenmerken waardoor doseringen, timing en voer-synergie compleet anders werken dan bij hond, kat of mens.

Paardenfysiologie in vijf kernpunten

De kernboodschap: schaalbewust doseren, hooi is de basis, hindgut is het orgaan — en FEI-lijst en paardenpaspoort altijd meenemen.

Waarschuwing

Stoffen die bij paarden NIET veilig zijn — plus dopingrisico’s

Een aantal stoffen is voor paarden acuut toxisch, een aantal is chronisch schadelijk, en een aantal is weliswaar farmacologisch nuttig maar onder de FEI-regelgeving niet toegestaan tijdens wedstrijden. Hieronder de belangrijkste valkuilen.

Toxisch voor paarden — vermijden

  • Walnoot-shavings (zwarte noot, Juglans nigra) als stalbodem — kan binnen 12–24 uur laminitis uitlokken door juglon. Nooit gebruiken als bedding.
  • Rode esdoorn (Acer rubrum), vooral verwelkte of gedroogde bladeren — hemolytische anemie door pyrogallol/gallotannine-achtige stoffen. Ook de Noorse esdoorn kan bij Atypische Myoglobinurie betrokken zijn.
  • Eikels en eikenbladeren — tanninen + oxaal-achtige verbindingen, geven kolieken, diarree en nierbelasting. Extra alert in de herfst.
  • Taxus (Taxus baccata) — cardiotoxisch door taxine, zeer kleine hoeveelheden zijn al dodelijk. Nooit snoeiafval bij de wei.
  • Sint-Janskruid (hypericum) — fotosensiteit door hypericine, vooral bij witte huid en zonlicht. Plus: gereguleerd onder FEI.
  • IJzer-overdosering — veel Nederlandse hobbypaarden zitten al in ijzer-overload via bronwater, gras en commerciële brok. Extra ijzer is zelden nodig en kan insulineresistentie en oxidatieve stress verergeren.
  • Vitamine D hoge dosering — hypercalciëmie, nierverkalking. Boven ~40 IE/kg/dag risicovol. Gewoon weidepaard heeft meestal geen extra nodig.
  • Selenium-overdosering — smalle therapeutische breedte. Boven ~5 mg/dag toxisch (haarverlies manen/staart, hoefafsplitsing, ataxie). Ken de bodem en het rantsoen voordat je suppleert.
  • Ruwe (niet-gestoomde) sojabonen — trypsine-remmers verstoren eiwitvertering. Gebruik alleen gestoomde/geëxtrudeerde sojaproducten.
  • Schimmelig hooi, broeierige kuil, beschimmelde granen — mycotoxinen (aflatoxine, fumonisine, deoxynivalenol) geven kolieken, leverschade en neurologische uitval. Ruik en bekijk ruwvoer altijd kritisch.

Dopinggevoelige fyto- en voedingsstoffen (FEI Prohibited Substances List):

  • Duivelsklauw (harpagoside) — gecontroleerd, onthoudtijd variabel.
  • Cafeïne en theobromine — uit thee, cacao, bepaalde bronwateren en kruidenmengsels.
  • Ginseng, hypericum, yohimbine, efedra, rauwolfia, valeriaan — fytostoffen met farmacologische activiteit.
  • Capsaïcine (uit chili-extract, sommige ‘warming’ huidproducten).
  • Tribulus terrestris, kava kava — wisselend gereguleerd.

Bij vermoeden van vergiftiging of koliek: direct de paardenarts. Voor dopingvragen: raadpleeg altijd de actuele FEI Prohibited Substances List en de uitwasperiodes; generieke adviezen van 6 maanden oud zijn niet betrouwbaar. Controleer bij voedselpaarden ook het paspoort (uit de voedselketen geschrapt of niet).

Evidence-base

Veilig & effectief — met evidence bij paarden

De volgende stoffen hebben bij paarden een goed gedocumenteerd veiligheidsprofiel en een redelijke tot sterke evidence-base. Doseringen zijn richtlijnen voor een volwassen paard van ~500 kg per dag; pas aan naar gewicht, inspanning, bodem- en ruwvoerkwaliteit.

Omega-3 (lijnzaadolie / visolie)

60–80 ml lijnzaadolie/dag

Alpha-linoleenzuur uit lijnzaad of EPA+DHA uit visolie. Effect op huid, vacht, gewricht, ontstekingsrem. Visolie is omega-3-dichter maar wordt niet door elk paard graag gegeten.

Zout / elektrolyten

NaCl 25–50 g/dag basis

Extra bij zweet, hitte, transport, wedstrijd. Liksteen is vaak onvoldoende; losse dagelijkse gift is betrouwbaarder.

Magnesium

5–15 g/dag (oxide of citraat)

Spierontspanning, stress, PSSM, insulineresistentie. Citraat is beter opneembaar dan oxide.

Vitamine E (alpha-tocoferol)

1.000–2.000 IE/dag

Stalpaard en PSSM-paard zitten vaak onder de behoefte. Weidepaard op vers gras meestal wel op niveau. Voorkeur voor natuurlijke D-alpha-vorm.

Selenium

1–3 mg/dag

NL-bodem varieert sterk (deels arm). Altijd samen met vitamine E. Overdosering toxisch — nooit naar eigen inzicht stapelen.

Biotine

15–20 mg/dag

Klassiek voor hoefhoorn-kwaliteit. Effect pas na 6–12 maanden zichtbaar, omdat hoornwand traag aangroeit.

Zink + koper (3–4:1)

400–800 mg zink + 100–200 mg koper

Hoef, vacht, pigmentatie. Houd ratio in gaten, juist omdat Nederlandse ruwvoer vaak ijzer-rijk en koper-arm is.

Probiotica (paard-specifiek)

dagelijks, formule-afhankelijk

Saccharomyces cerevisiae (gist) en Lactobacillus-stammen met paarden-onderzoek. Ondersteunt hindgut-fermentatie.

MOS / prebiotica

10–20 g/dag

Mannan-oligosacchariden en FOS voor commensale hindgut-flora; helpt bij omschakeling ruwvoer, stress, transport.

Glucosamine + chondroïtine + MSM

10 g + 3 g + 5–10 g/dag

Gewrichten, kraakbeen, sportpaard-onderhoud. Veilig profiel, effect vaak pas na 6–8 weken merkbaar.

Mariadistel (silymarine)

3–5 g/dag

Lever-steun bij medicatie-belasting (fenylbutazon-kuren), schimmel-blootstelling of EMS/PPID.

L-lysine

~25 g/dag bij groei/opbouw

Eerst-beperkende aminozuur voor spieropbouw. Vooral van belang bij jonge paarden in de groei en bij hersteltraining.

L-carnitine

5–10 g/dag

Mitochondriale vet-oxidatie; bij PSSM, endurance, conditie-opbouw en oud paard.

Vitamine C

5–10 g/dag bij stress

Paarden synthetiseren zelf vitamine C, maar bij zware inspanning, transport, RAO of ouderdom kan extra nuttig zijn.

Chia-zaden

100–250 g/dag

Bron van omega-3 (ALA), plantaardig eiwit en mucilagineuze vezels. Werkt ook darm-ondersteunend.

Klachtprotocol

Maag & darm: EGUS, ulcera, hindgut-acidose

Paarden zijn continu-eters: de maag maakt continu zuur, of er nu voer is of niet. Bij sport-/wedstrijdpaarden, trailerpaarden en paarden met lange boxtijden ontstaat daardoor zeer vaak EGUS (Equine Gastric Ulcer Syndrome). Studies wijzen op 60–90% prevalentie bij sportpaarden, tegenover 10–30% bij hobbypaarden op weide.

Orthomoleculaire & voedingsaanpak

Lab & diagnostiek

Wanneer paardenarts: koliek-tekenen (rollen, graven, zweten, niet eten), bloed of slijm in mest, gewichtsverlies, verslechterde prestatie zonder oorzaak. Medicamenteuze zuurremming (omeprazol) kan bij ernstige ulcera nodig zijn — hoort niet bij zelfzorg.

Klachtprotocol

Hoef & laminitis

"No hoof, no horse" — hoefkwaliteit is een langetermijnproject. De hoornwand groeit circa 6–10 mm per maand aan. Een supplement dat vandaag wordt gegeven, zie je pas over maanden terug in nieuwe hoef.

Orthomoleculaire aanpak hoef

Laminitis-preventie

Wanneer paardenarts: plotseling stram lopen, hete hoef, bounding digitale puls, "founder stance" — dit is een spoedgeval. Ook bij recidiverende laminitis altijd onderliggende EMS/PPID onderzoeken.

Klachtprotocol

Huid & vacht: mud fever, zomereczeem, rain rot

De huid is bij het paard een dankbaar indicatie-orgaan: de combinatie van mineralenstatus, omega-3/6-ratio, microbioom en barrière-functie komt er in terug. Rasspecifieke patronen spelen een grote rol.

Darm ↔ huid ↔ vacht — bij paarden expliciet te benoemen

Onder dierenregulatie mag bij paarden (net als bij hond en kat) expliciet worden gesteld dat darm-gezondheid bijdraagt aan huid- en vachtkwaliteit via specifieke supplementen (hindgut-microbioom restore + omega-3 + vezelbronnen). Dit in tegenstelling tot NVWA-humaanclaim-beperkingen, waarbij zulke links vaak alleen in algemene bewoordingen mogen. Voor eigenaren en therapeuten is dit praktisch: pre/probiotica + omega-3 + zink + biotine samen geven bij terugkerend eczeem en doffe vacht binnen 6–8 weken een zichtbare basis-verbetering; hardnekkigere uitingen reageren vaak na een seizoen.

Zomereczeem (IBH — Insect Bite Hypersensitivity)

Allergische reactie op speekseleiwitten van knutten (Culicoides). Typisch bij Fries, IJslander en bepaalde pony’s; genetisch sterker gevoelig. Lokalisatie: maan, staart-wortel, buiklijn.

Mud fever (mok) & rain rot

Bacteriële/dermatofilose-component, vaak bij Tinker/Gypsy door dikke bevering die vocht vasthoudt.

Wanneer paardenarts: uitgebreide wondvorming, koorts, lymfangitis (gezwollen been), dikke huid met zwarte necrose, aanhoudende pruritis ondanks maatregelen.

Klachtprotocol

Gewrichten & artrose (OA, OCD)

Vaak bij sport- en wedstrijdpaarden, zware Warmbloeden, ouder wordende paarden. Osteochondrose (OCD) is een ontwikkelingsstoornis bij jonge Warmbloeden.

Orthomoleculaire aanpak

Leefstijl

Wanneer paardenarts: acute kreupelheid, effusie (gewricht-zwelling), asymmetrie onder het rijden. Röntgen + flexietest + diagnostische verdoving zijn specialistisch.

Klachtprotocol

Spierproblemen: PSSM1, PSSM2, ER / tying-up

Spierbeelden bij paarden zijn vaak genetisch-metabool. Het klinisch beeld (stijf, niet willen lopen, zweten, donkere urine) heeft meerdere onderliggende oorzaken.

PSSM1 — polysaccharide storage myopathy type 1

GYS1-mutatie; abnormale glycogeen-stapeling in spier. Prevalent bij Quarter Horse, Appaloosa, Warmbloed, Fries. Te testen (DNA).

PSSM2 / MIM (myofibrillaire myopathie)

Andere pathogenese; geen glycogeen-stapeling, wel spiervezel-desorganisatie. Meerdere subtypes (P2, P3, P4, K1, MFM).

Recurrent ER (tying-up) — vooral bij nerveus vol-bloed sportpaard

Wanneer paardenarts: plotselinge stijfheid, donkere (bier-kleurige) urine, niet willen lopen, zweten in rust — spoed. CK/AST-bloedwaarden bepalen ernst; DNA-test voor definitieve classificatie.

Klachtprotocol

Ademhalingswegen: RAO / equine asthma, IAD

Chronische lagere luchtweg-inflammatie (voorheen COPD, nu severe equine asthma) komt veel voor bij stalpaarden op stof en schimmelig hooi. IAD (Inflammatory Airway Disease) is de mildere variant bij sportpaarden.

Orthomoleculaire aanpak

Omgeving is bepalend

Wanneer paardenarts: ademhalingsfrequentie in rust >16/min, neus-flaring, hoesten bij rust, prestatieverlies. BAL (bronchoalveolaire lavage) is diagnostisch bepalend.

Klachtprotocol

Stofwisseling: EMS, insulineresistentie, Cushing (PPID)

EMS (Equine Metabolic Syndrome) zit met name bij pony’s, Tinkers, IJslanders en sommige Warmbloeden. PPID (Pituitary Pars Intermedia Dysfunction — "Cushing") is klassiek bij oudere paarden.

EMS / insulineresistentie

PPID (Cushing)

Wanneer paardenarts: recidiverende laminitis, regionale vetdepots (kam, staartwortel, schouder), hirsutisme, polyurie/polydipsie, spieratrofie bovenlijn.

Klachtprotocol

Lever & nier

Lever-steun

Bij fenylbutazon-kuren, mycotoxine-blootstelling, ijzer-overload of EMS/PPID is het zinvol de lever te ondersteunen.

Nier-steun

Wanneer paardenarts: icterus, gewichtsverlies, sloom, neurologische uitval (lever-encefalopathie), of sterk afwijkende bloedwaarden GGT, AST, GLDH, SDH, bilirubine.

Klachtprotocol

Reproductie: merrie en hengst

Merrie

Hengst

Vruchtbaarheid is multifactorieel — voeding is een basis, niet een volledig traject. Bij fertiliteitsproblemen altijd veterinair reproductie-specialisme.

Lab-praktijk bruggetje

Uit Michaels lessen

Paarden leren je schaalbewustzijn. Een dosis die bij een hond werkt, verdwijnt bij een paard. Andersom: wat bij een 600-kg Fries werkt, reken je niet 1-op-1 naar een 250-kg pony. Altijd per kg, én rekening houden met continue-eter-fysiologie: een supplement bij het ochtendkrachtvoer werkt anders dan verspreid via het hooi. Bij OrthoLinea — verleden tijd, tot 2024 — benadrukte ik vaak: bij paarden wordt het hooi zélf het supplement. Een mineraalanalyse van je hooi vertelt je meer dan welke pot er in de schuur staat. Michael Eekhof — ex-hoofddocent OrthoLinea (2017–2024), ex-Biovis interpretatie-specialist
Rasverschillen

Rasspecifieke aandachtspunten

Ras(groep)AandachtspuntOrthomoleculair relevant
FriesPSSM1-neiging, megaoesofagus/slokdarmverlamming, dwerg-syndroom, ijzer-overloading, IBH/zomereczeemLaag-NSC, hoog-vet rantsoen; vitamine E; ijzer-arme basis; omega-3; quercetine
Quarter Horse, Appaloosa, PaintPSSM1 (GYS1), HYPP (SCN4A)Laag-NSC + hoog-vet; bij HYPP kalium-arm rantsoen; magnesium, vitamine E
ArabierSCID (Severe Combined Immunodeficiency), lavender foal syndrome, CA (cerebellaire abiotrofie)Voedingstechnisch weinig direct; DNA-testen bij fokkerij; immuun-steun veulen via colostrum-kwaliteit
Tinker / Gypsy CobMud fever, chorioptes-mijten in bevering, obesitas-neigingZink/koper, biotine, omega-3; droge benen; gewichtsbeheer
IJslanderIBH (zomereczeem) bij import, EMS-neigingOmega-3, quercetine, vitamine E, zink, magnesium, chroom; muggenvermijding
Warmbloed (KWPN, Oldenburger, Hannoveraan)Osteochondrose (OCD) jong paard, PSSM1/PSSM2, wobbler (cervicale vertebrale malformatie)Evenwichtige groeimineralen jong, hoog-vet rantsoen bij PSSM-verdenking, vitamine E
Shetlander / mini-paardObesitas, laminitis, EMS, hyperlipidemie (fataal bij voedselweigering)Laag-NSC, beperkt grazen (muilkorf), magnesium/chroom/ALA; nooit langdurig niet eten
Engels vol-bloedRER (tying-up), EIPH bij rennen, GI-ulceraVet als hoofdenergie, magnesium, B1, omega-3, alfalfa-buffer, pectine-lecithine
Integraal

Veterinaire samenwerking, FEI-doping & paardenpaspoort

Primair veterinair — ortho ondersteunend

  • Koliek, laminitis acuut, tying-up-aanval
  • Ernstige EGUS (omeprazol indicatie)
  • Neurologische uitval, wobbler, trauma
  • Infecties (viraal, bacteriëel, parasitair)
  • Chirurgische indicaties (OCD, kaak, oog)

Orthomoleculair aanvullend zinvol

  • Hoefkwaliteit, chronische huid/vacht
  • EMS, PPID-ondersteuning
  • PSSM1/PSSM2 diet management
  • Preventie wedstrijdpaard (EGUS, gewrichten)
  • Herstel na operatie, kuren, transport

FEI-doping & paspoort-attentie

  • Wedstrijd-seizoen: check Prohibited Substances List vóór elk product
  • Uitwasperiodes kunnen 48–96 uur of langer zijn
  • Voedselpaardenpaspoort: sommige middelen alleen na ‘niet-voedselketen’-schrapping
  • Bewaar lot-nummers supplementen voor traceerbaarheid
Altijd paardenarts en (bij wedstrijd) team-veearts raadplegen — zowel voor diagnostiek als voor dopingvrij samenstellen van het supplement-protocol.

In Nederland werken steeds meer paardenartsen integraal: regulier diagnostisch (bloed, ACTH, gastroscopie, röntgen) gecombineerd met voedings- en fytotherapeutische interventies. Dit werkt het beste als therapeut, eigenaar, hoefsmid en paardenarts een gedeeld behandelplan hebben.

Verdieping

Gerelateerde pagina’s

Andere pagina’s uit de kennisbank met stoffen die ook bij paarden relevant zijn — let op dat doseringen per diersoort (en per kg) verschillen.

Belangrijke waarschuwing: Deze informatie is educatief bedoeld en vervangt geen consult bij een gekwalificeerde paardenarts. Sommige orthomoleculaire en fytotherapeutische stoffen zijn bij paarden toxisch of dopinggevoelig (zie sectie Gevaarlijke stoffen & doping). Bij wedstrijdpaarden altijd de actuele FEI Prohibited Substances List en uitwasperiodes raadplegen. Bij voedselpaarden controleer je het paspoort (uit de voedselketen geschrapt of niet). Doseringen in deze gids zijn richtlijnen voor een volwassen paard van ~500 kg — pas aan naar gewicht, rantsoen, bodemsamenstelling en klinisch beeld. Bij twijfel altijd integraal-werkende paardenarts raadplegen. Meer op onze disclaimerpagina.

Orthomoleculaire ondersteuning voor je paard?

Werk samen met een integraal-werkende paardenarts of een orthomoleculair therapeut met paarden-ervaring voor een individueel, veilig en dopingvrij protocol.

Therapeut zoeken →