Van hoefkwaliteit en maagzweer tot PSSM en laminitis — welke orthomoleculaire stoffen werken bij paarden, en welke zijn ronduit gevaarlijk of dopinggevoelig? Een praktische gids voor therapeuten, eigenaren en paardenprofessionals, met doseringen voor een paard van ~500 kg, rasspecifieke aandachtspunten en FEI-dopingwaarschuwing.
Achtergrond
Wat is orthomoleculaire therapie bij paarden?
Orthomoleculair bij paarden is het gericht inzetten van voedingsstoffen — mineralen, vitamines, aminozuren, vetzuren, fyto-stoffen en probiotica — om de fysiologie van een groot, herbivoor dier te ondersteunen. Het is een aanvulling op de paardenarts, nooit een vervanging. En juist bij paarden zijn er enkele fysiologische kenmerken waardoor doseringen, timing en voer-synergie compleet anders werken dan bij hond, kat of mens.
Paardenfysiologie in vijf kernpunten
Hindgut-fermenter — het grootste deel van de vertering vindt pas achter de dunne darm plaats, in caecum en colon. Vezel-fermentatie via commensale microben levert kortketenige vetzuren die tot 70% van de energie kunnen dekken. Dat maakt hooi-kwaliteit en hindgut-microbioom tot de fundamentele voedingspijler bij paarden.
Continue eter — in tegenstelling tot hond of mens maakt de paardenmaag continu zuur, ook als er geen voer is. Zonder continue voeding (of bij nuchter trainen) ontstaat snel maagslijmvlies-irritatie en uiteindelijk EGUS (zie sectie 4).
Zware lichaamsmassa — een volwassen rijpaard weegt 400–700 kg. Pony’s 200–350 kg, Shetlanders soms <150 kg. Doseringen schalen niet lineair met een hond van 20 kg: rekenmodellen op basis van metabool gewicht (kg^0,75) of absolute dagdosering per paard zijn gangbaar. In deze gids: dagdosering voor een paard van ~500 kg.
Rasverschillen zijn uitgesproken — Fries met PSSM1-neiging, Quarter Horse met PSSM1/HYPP, Arabier met SCID, Tinker met mud fever, IJslander met zomereczeem, Warmbloed met osteochondrose of wobbler. Het ras beïnvloedt welke orthomoleculaire aanpak prioriteit heeft.
Sport- en wedstrijdregels — de FEI-dopinglijst bevat veel fytotherapeutische stoffen (duivelsklauw, cafeïne, theobromine, ginseng, hypericum, capsaïcine). Ook ‘natuurlijke’ supplementen kunnen aanleiding geven tot een positieve dopingtest. Altijd per wedstrijd checken.
De kernboodschap: schaalbewust doseren, hooi is de basis, hindgut is het orgaan — en FEI-lijst en paardenpaspoort altijd meenemen.
Waarschuwing
Stoffen die bij paarden NIET veilig zijn — plus dopingrisico’s
Een aantal stoffen is voor paarden acuut toxisch, een aantal is chronisch schadelijk, en een aantal is weliswaar farmacologisch nuttig maar onder de FEI-regelgeving niet toegestaan tijdens wedstrijden. Hieronder de belangrijkste valkuilen.
Toxisch voor paarden — vermijden
Walnoot-shavings (zwarte noot, Juglans nigra) als stalbodem — kan binnen 12–24 uur laminitis uitlokken door juglon. Nooit gebruiken als bedding.
Rode esdoorn (Acer rubrum), vooral verwelkte of gedroogde bladeren — hemolytische anemie door pyrogallol/gallotannine-achtige stoffen. Ook de Noorse esdoorn kan bij Atypische Myoglobinurie betrokken zijn.
Eikels en eikenbladeren — tanninen + oxaal-achtige verbindingen, geven kolieken, diarree en nierbelasting. Extra alert in de herfst.
Taxus (Taxus baccata) — cardiotoxisch door taxine, zeer kleine hoeveelheden zijn al dodelijk. Nooit snoeiafval bij de wei.
Sint-Janskruid (hypericum) — fotosensiteit door hypericine, vooral bij witte huid en zonlicht. Plus: gereguleerd onder FEI.
IJzer-overdosering — veel Nederlandse hobbypaarden zitten al in ijzer-overload via bronwater, gras en commerciële brok. Extra ijzer is zelden nodig en kan insulineresistentie en oxidatieve stress verergeren.
Vitamine D hoge dosering — hypercalciëmie, nierverkalking. Boven ~40 IE/kg/dag risicovol. Gewoon weidepaard heeft meestal geen extra nodig.
Selenium-overdosering — smalle therapeutische breedte. Boven ~5 mg/dag toxisch (haarverlies manen/staart, hoefafsplitsing, ataxie). Ken de bodem en het rantsoen voordat je suppleert.
Ruwe (niet-gestoomde) sojabonen — trypsine-remmers verstoren eiwitvertering. Gebruik alleen gestoomde/geëxtrudeerde sojaproducten.
Bij vermoeden van vergiftiging of koliek: direct de paardenarts. Voor dopingvragen: raadpleeg altijd de actuele FEI Prohibited Substances List en de uitwasperiodes; generieke adviezen van 6 maanden oud zijn niet betrouwbaar. Controleer bij voedselpaarden ook het paspoort (uit de voedselketen geschrapt of niet).
Evidence-base
Veilig & effectief — met evidence bij paarden
De volgende stoffen hebben bij paarden een goed gedocumenteerd veiligheidsprofiel en een redelijke tot sterke evidence-base. Doseringen zijn richtlijnen voor een volwassen paard van ~500 kg per dag; pas aan naar gewicht, inspanning, bodem- en ruwvoerkwaliteit.
Omega-3 (lijnzaadolie / visolie)
60–80 ml lijnzaadolie/dag
Alpha-linoleenzuur uit lijnzaad of EPA+DHA uit visolie. Effect op huid, vacht, gewricht, ontstekingsrem. Visolie is omega-3-dichter maar wordt niet door elk paard graag gegeten.
Zout / elektrolyten
NaCl 25–50 g/dag basis
Extra bij zweet, hitte, transport, wedstrijd. Liksteen is vaak onvoldoende; losse dagelijkse gift is betrouwbaarder.
Magnesium
5–15 g/dag (oxide of citraat)
Spierontspanning, stress, PSSM, insulineresistentie. Citraat is beter opneembaar dan oxide.
Vitamine E (alpha-tocoferol)
1.000–2.000 IE/dag
Stalpaard en PSSM-paard zitten vaak onder de behoefte. Weidepaard op vers gras meestal wel op niveau. Voorkeur voor natuurlijke D-alpha-vorm.
Selenium
1–3 mg/dag
NL-bodem varieert sterk (deels arm). Altijd samen met vitamine E. Overdosering toxisch — nooit naar eigen inzicht stapelen.
Biotine
15–20 mg/dag
Klassiek voor hoefhoorn-kwaliteit. Effect pas na 6–12 maanden zichtbaar, omdat hoornwand traag aangroeit.
Zink + koper (3–4:1)
400–800 mg zink + 100–200 mg koper
Hoef, vacht, pigmentatie. Houd ratio in gaten, juist omdat Nederlandse ruwvoer vaak ijzer-rijk en koper-arm is.
Probiotica (paard-specifiek)
dagelijks, formule-afhankelijk
Saccharomyces cerevisiae (gist) en Lactobacillus-stammen met paarden-onderzoek. Ondersteunt hindgut-fermentatie.
MOS / prebiotica
10–20 g/dag
Mannan-oligosacchariden en FOS voor commensale hindgut-flora; helpt bij omschakeling ruwvoer, stress, transport.
Glucosamine + chondroïtine + MSM
10 g + 3 g + 5–10 g/dag
Gewrichten, kraakbeen, sportpaard-onderhoud. Veilig profiel, effect vaak pas na 6–8 weken merkbaar.
Mariadistel (silymarine)
3–5 g/dag
Lever-steun bij medicatie-belasting (fenylbutazon-kuren), schimmel-blootstelling of EMS/PPID.
L-lysine
~25 g/dag bij groei/opbouw
Eerst-beperkende aminozuur voor spieropbouw. Vooral van belang bij jonge paarden in de groei en bij hersteltraining.
L-carnitine
5–10 g/dag
Mitochondriale vet-oxidatie; bij PSSM, endurance, conditie-opbouw en oud paard.
Vitamine C
5–10 g/dag bij stress
Paarden synthetiseren zelf vitamine C, maar bij zware inspanning, transport, RAO of ouderdom kan extra nuttig zijn.
Chia-zaden
100–250 g/dag
Bron van omega-3 (ALA), plantaardig eiwit en mucilagineuze vezels. Werkt ook darm-ondersteunend.
Klachtprotocol
Maag & darm: EGUS, ulcera, hindgut-acidose
Paarden zijn continu-eters: de maag maakt continu zuur, of er nu voer is of niet. Bij sport-/wedstrijdpaarden, trailerpaarden en paarden met lange boxtijden ontstaat daardoor zeer vaak EGUS (Equine Gastric Ulcer Syndrome). Studies wijzen op 60–90% prevalentie bij sportpaarden, tegenover 10–30% bij hobbypaarden op weide.
Orthomoleculaire & voedingsaanpak
Continue voeding — nooit meer dan 4–5 uur zonder ruwvoer. Slowfeeder-netten verlengen opnametijd.
Alfalfa als calcium-rijke buffer — 0,5–1 kg alfalfa 20 minuten vóór training bufferd maagzuur. Niet structureel als hoofdruwvoer bij ijzer-overloaded paarden.
Nooit nuchter trainen — lege maag + beweging = maagzuur op blootliggend slijmvlies in de cardia-zone.
Faecale parasitologie (cyathostomen, lintwormen), bij koliek of diarree.
Bij diarree: fecaal occult bloed, Salmonella-PCR, fecaal water-syndroom.
Wanneer paardenarts: koliek-tekenen (rollen, graven, zweten, niet eten), bloed of slijm in mest, gewichtsverlies, verslechterde prestatie zonder oorzaak. Medicamenteuze zuurremming (omeprazol) kan bij ernstige ulcera nodig zijn — hoort niet bij zelfzorg.
Klachtprotocol
Hoef & laminitis
"No hoof, no horse" — hoefkwaliteit is een langetermijnproject. De hoornwand groeit circa 6–10 mm per maand aan. Een supplement dat vandaag wordt gegeven, zie je pas over maanden terug in nieuwe hoef.
Orthomoleculaire aanpak hoef
Biotine — 15–20 mg/dag, 6–12 maanden doorzetten.
Zink + koper (3–4:1) — cruciaal voor keratinisatie en pigment. NL-ruwvoer vaak ijzer-rijk, wat koperopname verstoort.
Methionine — zwavel-aminozuur, substraat voor keratine (5–10 g/dag).
Vitamine E + selenium — antioxidant-steun van verhoornend epitheel.
Magnesium — bij laminitis en EMS vrijwel standaard.
Omega-3 — ontstekingsrem bij chronische bloedvat-component.
Laminitis-preventie
Laag-NSC hooi (<10% niet-structureel koolhydraat) — laat hooi analyseren, of weken/stomen om suikers uit te spoelen.
Insuline-bewust rantsoen — geen brok met snelle suikers, bijvoeren van vezels en vet in plaats van granen.
Weide-management — vermijd jong voorjaarsgras vroeg in de ochtend na koude nacht (fructaan-piek), gebruik graasmuilkorf bij pony’s.
Cushing-screening bij oudere paarden — ACTH-test (let op seizoensvariatie, herfstpiek!), vooral bij paard > 15 jaar, hirsutisme, vetdepots, recidiverende laminitis.
Wanneer paardenarts: plotseling stram lopen, hete hoef, bounding digitale puls, "founder stance" — dit is een spoedgeval. Ook bij recidiverende laminitis altijd onderliggende EMS/PPID onderzoeken.
Klachtprotocol
Huid & vacht: mud fever, zomereczeem, rain rot
De huid is bij het paard een dankbaar indicatie-orgaan: de combinatie van mineralenstatus, omega-3/6-ratio, microbioom en barrière-functie komt er in terug. Rasspecifieke patronen spelen een grote rol.
Darm ↔ huid ↔ vacht — bij paarden expliciet te benoemen
Onder dierenregulatie mag bij paarden (net als bij hond en kat) expliciet worden gesteld dat darm-gezondheid bijdraagt aan huid- en vachtkwaliteit via specifieke supplementen (hindgut-microbioom restore + omega-3 + vezelbronnen). Dit in tegenstelling tot NVWA-humaanclaim-beperkingen, waarbij zulke links vaak alleen in algemene bewoordingen mogen. Voor eigenaren en therapeuten is dit praktisch: pre/probiotica + omega-3 + zink + biotine samen geven bij terugkerend eczeem en doffe vacht binnen 6–8 weken een zichtbare basis-verbetering; hardnekkigere uitingen reageren vaak na een seizoen.
Zomereczeem (IBH — Insect Bite Hypersensitivity)
Allergische reactie op speekseleiwitten van knutten (Culicoides). Typisch bij Fries, IJslander en bepaalde pony’s; genetisch sterker gevoelig. Lokalisatie: maan, staart-wortel, buiklijn.
Vaak bij sport- en wedstrijdpaarden, zware Warmbloeden, ouder wordende paarden. Osteochondrose (OCD) is een ontwikkelingsstoornis bij jonge Warmbloeden.
Orthomoleculaire aanpak
Glucosamine + chondroïtine + MSM — 10 g + 3 g + 5–10 g/dag.
Green-lipped mussel — omega-3 + GAG’s.
Hyaluronzuur — oraal (dagelijks) of intra-articulair door dierenarts.
Omega-3 — anti-inflammatoir.
Boswellia serrata — 5-LOX-remmer.
Kurkuma/curcumine — met vet/fosfolipide voor opname.
Duivelsklauw — effectief bij artrose, máár FEI-gereguleerd. Buiten wedstrijdperiode bruikbaar met uitwasperiode.
Leefstijl
Dagelijkse beweging in gematigd tempo — stilstaande box is kraakbeen-killer.
Bij OCD-operatie: post-op omega-3 + vitamine C + glucosamine/chondroïtine/MSM.
Overgewicht vermijden — belast heupen en hoeven direct.
Wanneer paardenarts: acute kreupelheid, effusie (gewricht-zwelling), asymmetrie onder het rijden. Röntgen + flexietest + diagnostische verdoving zijn specialistisch.
Klachtprotocol
Spierproblemen: PSSM1, PSSM2, ER / tying-up
Spierbeelden bij paarden zijn vaak genetisch-metabool. Het klinisch beeld (stijf, niet willen lopen, zweten, donkere urine) heeft meerdere onderliggende oorzaken.
PSSM1 — polysaccharide storage myopathy type 1
GYS1-mutatie; abnormale glycogeen-stapeling in spier. Prevalent bij Quarter Horse, Appaloosa, Warmbloed, Fries. Te testen (DNA).
Rantsoen: NSC < 12%, vet 15–20% van calorieën (lijnzaadolie, rijstzemelen-olie).
Dagelijkse beweging, geen ‘box en weekend-sport’.
Vitamine E 2.000–5.000 IE/dag (D-alfa natuurlijk).
Selenium op norm, magnesium 10–15 g/dag.
CoQ10 en L-carnitine voor mitochondriale functie.
PSSM2 / MIM (myofibrillaire myopathie)
Andere pathogenese; geen glycogeen-stapeling, wel spiervezel-desorganisatie. Meerdere subtypes (P2, P3, P4, K1, MFM).
Rantsoen met vet als hoofdenergiebron (geen graanpieken).
Magnesium + B1-thiamine + vitamine E.
Warming-up voldoende lang.
Wanneer paardenarts: plotselinge stijfheid, donkere (bier-kleurige) urine, niet willen lopen, zweten in rust — spoed. CK/AST-bloedwaarden bepalen ernst; DNA-test voor definitieve classificatie.
Klachtprotocol
Ademhalingswegen: RAO / equine asthma, IAD
Chronische lagere luchtweg-inflammatie (voorheen COPD, nu severe equine asthma) komt veel voor bij stalpaarden op stof en schimmelig hooi. IAD (Inflammatory Airway Disease) is de mildere variant bij sportpaarden.
Orthomoleculaire aanpak
Omega-3 — bewezen effect op EIPH en luchtweg-inflammatie.
Spirulina — 20–40 g/dag, onderzocht voor allergische luchtwegen bij paarden.
Omgeving is bepalend
Stofvrij hooi: weken (30 min) of beter nog stomen, of haylage.
Ventilatie verhogen; geen stof-bedding (stro vervangen door houtspaanders of pellets).
Weide > stal waar mogelijk.
Geen zomerweide naast stuifmeelpieken (berken, grassen) — individueel bekijken.
Wanneer paardenarts: ademhalingsfrequentie in rust >16/min, neus-flaring, hoesten bij rust, prestatieverlies. BAL (bronchoalveolaire lavage) is diagnostisch bepalend.
EMS (Equine Metabolic Syndrome) zit met name bij pony’s, Tinkers, IJslanders en sommige Warmbloeden. PPID (Pituitary Pars Intermedia Dysfunction — "Cushing") is klassiek bij oudere paarden.
EMS / insulineresistentie
Rantsoen NSC < 10%, ruwvoer-gebaseerd, beperkt of geen brok.
Magnesium — 10–15 g/dag.
Chroom — insuline-cofactor, 5–10 mg/dag.
ALA (alpha-liponzuur) — paard-veilig; 10–20 mg/kg/dag is onderzocht. Ondersteunt insulinegevoeligheid.
Cinnamon (Ceylon) — insulinegevoeligheid; wetenschappelijk wat beperkter maar traditioneel toegepast.
Omega-3 — metabole ontstekingsrem.
Graasmuilkorf, tracksystem (Paddock Paradise) om beweging te combineren met beperkt grazen.
PPID (Cushing)
Lab: basale ACTH (houd rekening met seizoenseffect; augustus–oktober-waarden zijn hoger). TRH-stimulatie voor grensgevallen.
Mariadistel, vitamine C, omega-3 als ondersteuning.
Pergolide (Prascend) is de veterinair-medicamenteuze standaard bij bevestigde PPID — orthomoleculair is aanvullend, geen vervanging.
Bij fenylbutazon-kuren, mycotoxine-blootstelling, ijzer-overload of EMS/PPID is het zinvol de lever te ondersteunen.
Mariadistel (silymarine) — 3–5 g/dag.
SAMe — bij verhoogde GGT/AST, in overleg.
B-complex — bij chronische leverbelasting.
Vitamine E — hepatische antioxidant.
Betaïne — methylatie-steun.
Nier-steun
Hydratatie als eerste — altijd toegang tot schoon water, zeker bij transport/hitte.
Omega-3 bij oudere paarden met verhoogde creatinine/ureum.
Eiwit niet standaard beperken bij paarden — anders dan bij hond/kat/mens. Paardennieren handelen eiwit goed af zolang hydratatie op peil is; te streng eiwitbeperken geeft spieratrofie.
Vitamine E 2.000 IE/dag rond veulenen (laatste 4–6 weken dracht + lactatie) — beschermt veulen tegen White Muscle Disease samen met selenium.
Selenium op norm (bodem-afhankelijk).
Omega-3, voldoende eiwitkwaliteit, biotine.
Hengst
Zink, vitamine E + selenium, vitamine C, L-carnitine voor spermakwaliteit.
Voldoende weidegang en beweging; stress-reductie.
Vruchtbaarheid is multifactorieel — voeding is een basis, niet een volledig traject. Bij fertiliteitsproblemen altijd veterinair reproductie-specialisme.
Lab-praktijk bruggetje
Uit Michaels lessen
Paarden leren je schaalbewustzijn. Een dosis die bij een hond werkt, verdwijnt bij een paard. Andersom: wat bij een 600-kg Fries werkt, reken je niet 1-op-1 naar een 250-kg pony. Altijd per kg, én rekening houden met continue-eter-fysiologie: een supplement bij het ochtendkrachtvoer werkt anders dan verspreid via het hooi. Bij OrthoLinea — verleden tijd, tot 2024 — benadrukte ik vaak: bij paarden wordt het hooi zélf het supplement. Een mineraalanalyse van je hooi vertelt je meer dan welke pot er in de schuur staat.
Michael Eekhof — ex-hoofddocent OrthoLinea (2017–2024), ex-Biovis interpretatie-specialist
Wedstrijd-seizoen: check Prohibited Substances List vóór elk product
Uitwasperiodes kunnen 48–96 uur of langer zijn
Voedselpaardenpaspoort: sommige middelen alleen na ‘niet-voedselketen’-schrapping
Bewaar lot-nummers supplementen voor traceerbaarheid
Altijd paardenarts en (bij wedstrijd) team-veearts raadplegen — zowel voor diagnostiek als voor dopingvrij samenstellen van het supplement-protocol.
In Nederland werken steeds meer paardenartsen integraal: regulier diagnostisch (bloed, ACTH, gastroscopie, röntgen) gecombineerd met voedings- en fytotherapeutische interventies. Dit werkt het beste als therapeut, eigenaar, hoefsmid en paardenarts een gedeeld behandelplan hebben.
Verdieping
Gerelateerde pagina’s
Andere pagina’s uit de kennisbank met stoffen die ook bij paarden relevant zijn — let op dat doseringen per diersoort (en per kg) verschillen.
Belangrijke waarschuwing: Deze informatie is educatief bedoeld en vervangt geen consult bij een gekwalificeerde paardenarts. Sommige orthomoleculaire en fytotherapeutische stoffen zijn bij paarden toxisch of dopinggevoelig (zie sectie Gevaarlijke stoffen & doping). Bij wedstrijdpaarden altijd de actuele FEI Prohibited Substances List en uitwasperiodes raadplegen. Bij voedselpaarden controleer je het paspoort (uit de voedselketen geschrapt of niet). Doseringen in deze gids zijn richtlijnen voor een volwassen paard van ~500 kg — pas aan naar gewicht, rantsoen, bodemsamenstelling en klinisch beeld. Bij twijfel altijd integraal-werkende paardenarts raadplegen. Meer op onze disclaimerpagina.
Orthomoleculaire ondersteuning voor je paard?
Werk samen met een integraal-werkende paardenarts of een orthomoleculair therapeut met paarden-ervaring voor een individueel, veilig en dopingvrij protocol.