Katten zijn biochemisch een andere categorie dan honden of mensen — obligate carnivoren met een beperkte glucuronidering-capaciteit. Welke supplementen zijn veilig, welke zijn levensgevaarlijk, en wat werkt bij CKD, HCM, IBD, FLUTD en hyperthyreoïdie?
Achtergrond
Wat is orthomoleculaire therapie bij katten?
Orthomoleculaire therapie bij katten is het gericht inzetten van voedingsstoffen — vitamines, mineralen, aminozuren, vetzuren, fytonutriënten en probiotica — om de fysiologie van de obligate carnivoor te ondersteunen. Het is een aanvulling op veterinaire zorg, niet een vervanging. En belangrijker nog: bij de kat is het géén kwestie van "hondenprotocol delen door twee". De biochemie verschilt fundamenteel.
Katten zijn obligate carnivoren — geen kleine hondjes
De kat is biologisch volledig aangepast aan een dieet van dierlijke prooi. Die specialisatie betekent dat diverse metabole routes die bij de hond en de mens actief zijn, bij de kat verzwakt of afwezig zijn. De belangrijkste implicaties:
Taurine is essentieel — anders dan mens of hond kan de kat taurine nauwelijks zelf maken uit methionine en cysteïne (het enzym cysteine-sulfinaat-decarboxylase heeft minimale activiteit). Tekort geeft DCM (dilatative cardiomyopathie), centrale retina-degeneratie met blindheid, reproductiestoornissen.
Arachidonzuur is essentieel — de kat kan linolzuur niet efficient omzetten naar arachidonzuur (delta-6-desaturase activiteit is laag). Arachidonzuur moet via dierlijk weefsel binnenkomen.
Vitamine A als retinol — de kat mist 15,15′-dioxygenase-activiteit in het darmslijmvlies en kan beta-caroteen uit plantaardig materiaal niet omzetten. Retinol moet rechtstreeks uit lever/vet komen.
Niacine (B3) via voeding — de kat synthetiseert niacine uit tryptofaan slechts minimaal (hoge picolinezuur-carboxylase-activiteit trekt tryptofaan weg naar picolinaat-synthese).
Eiwitbehoefte hoog — minimaal 30%+ eiwit in droge stof (versus ~18% bij hond). De kat kan gluconeogenese niet uitschakelen, ook niet bij koolhydraat-rijk dieet — chronisch te weinig eiwit geeft spierverlies.
Glucuronidering-deficiëntie — dit is het kritieke verschil voor orthomoleculair en toxicologisch denken. De kat mist vrijwel alle UGT1A6- en UGT1A9-activiteit en kan fenolen, aromatische aminen, veel medicijnen en etherische oliën niet conjugeren via glucuronzuur. Daardoor stapelen ze op — paracetamol, salicylaten, NSAID’s en fenolhoudende etherische oliën worden bij kat giftig in doseringen die bij hond of mens onschuldig zijn.
Extreem gevoelig voor etherische oliën — directe consequentie van glucuronidering-deficiëntie plus lage cytochroom-P450-activiteit. Ook diffusie in huis is een risico.
Rasverschillen zijn substantieel
Maine Coon, Ragdoll — hypertrofische cardiomyopathie (HCM) is het klassieke ras-risico. Genetische screening (MYBPC3-mutatie) is beschikbaar.
Perzisch, Brits Korthaar — Polycystic Kidney Disease (PKD), autosomaal dominant; screening via echo of PKD1-gentest.
Bengaal — HCM, daarnaast gevoelig voor hypoglycemie bij jonge dieren.
Oudere kat (>10 jaar) — hyperthyreoïdie, CKD en Diabetes Mellitus vormen samen de "big three" van de geriatrische kat.
Kernregel: protocollen van hond naar kat extrapoleren is gevaarlijk. Dosering altijd per kg, bewijs checken in veterinaire bronnen (VIN, Plumb’s Veterinary Drug Handbook, ACVIM-consensus).
Waarschuwing
Stoffen die bij katten juist NIET veilig zijn
Bij de kat is deze sectie extra kritisch: door de glucuronidering-deficiëntie zijn diverse stoffen die bij mens of hond onschuldig of zelfs therapeutisch zijn, bij de kat potentieel fataal. Niet invullen vanuit menselijke EHBO-logica.
Levensgevaarlijk voor katten — nooit geven
Paracetamol (acetaminophen) — levensgevaarlijk bij élke dosering. De kat mist UGT1A6, waardoor N-acetyl-p-benzoquinoneimine (NAPQI) accumuleert. Gevolg: methemoglobinemie (cyanose, bruinzwart bloed), Heinz-body-anemie, acute leverschade. Één 500 mg-tablet is voor een kat van 4 kg potentieel dodelijk. Ook pijnstillers met paracetamol (Perdolan, Panadol, Dafalgan etc.) absoluut vermijden.
Aspirine & salicylaten — half-life bij kat is 22–45 uur (versus ~8 uur bij hond, ~3 uur bij mens). Accumuleert snel. Risico op ulcera, nier, hepatotoxiciteit. Alleen onder strikt veterinair toezicht in minimale dosering.
Ibuprofen en andere humane NSAID’s (naproxen, diclofenac) — acute nierschade en maag-darm-ulcera. De veterinaire NSAID’s meloxicam en robenacoxib zijn voor kortdurend gebruik bij kat geregistreerd, maar uitsluitend op dierenarts-recept met nierfunctie-monitoring.
Etherische oliën — tea tree oil, pennyroyal, eucalyptus, kamfer, citrus (limoneen), kaneel, wintergreen, dennennaald, ylang-ylang. Fenolen en monoterpenen accumuleren door ontbrekende glucuronidering. Een oliediffuser in huis is al een risico — zeker voor astmatische, oudere of KVG-gecompromitteerde katten. Gebruik geen etherische oliën in ruimtes waar katten komen, en gebruik nooit "natuurlijke" vlooienmiddelen op oliebasis.
Alfa-liponzuur (ALA) — veilig bij hond, toxisch bij kat. Katten zijn ordes van grootte gevoeliger: vanaf ca. 30 mg/kg ernstige hepatotoxiciteit en hypoglycemie. Dit is een klassiek voorbeeld van waarom hond-protocollen niet overgezet mogen worden. Bij kat dus uit supplement-planning weglaten.
Lelies (Lilium, Hemerocallis) — alle plantendelen incl. stuifmeel en het water in een vaas: acuut nierfalen binnen 24–72 uur. Houd lelies volledig uit huis bij kat-bezit.
Xylitol — bij kat minder onderzocht dan bij hond; er is geen veilige drempel vastgesteld en er zijn case reports van hypoglycemie. Altijd vermijden in supplementen en tandpasta’s.
Ui, knoflook, prei, bieslook — bij kat nog gevoeliger dan bij hond: thiosulfaten geven oxidatieve schade aan erytrocyten, Heinz-body-hemolytische anemie. Ook in kleine hoeveelheden als smaakmaker in babyvoeding of bouillon.
Vitamine D overdosering — hypercalciëmie, nierverkalking, acuut nierfalen. Oorzaken: rodenticiden met cholecalciferol, humane multivitaminen, verkeerd gedoseerde psoriasis-crèmes (calcipotriol) waarmee kat in contact komt.
Hoge dose nicotinamide / niacine — grote doses geven bij kat levertoxiciteit door beperkte NAD-regulatie; kat heeft al via dieet niacine nodig en een therapeutisch mens-doseringsschema (bv. 500 mg) is niet overdraagbaar.
Permethrine (hond-vlooienmiddelen) — acuut neurotoxisch bij kat; kat kat accidenteel blootstelling via contact met behandelde hond in huis kan al convulsies geven.
Bij vermoeden van vergiftiging: direct dierenarts of de NVIC — nooit zelf proberen te laten braken zonder overleg. Tijd is bij kat extra kritisch door opgestapelde metabole kwetsbaarheid.
Evidence-base
Veilig & effectief — met evidence bij katten
Uitgangspunt: kat weegt meestal 4–5 kg. Doseringen zijn richtlijn per kg lichaamsgewicht; individualiseer op basis van indicatie, leeftijd, nier- en leverfunctie. Start met één supplement tegelijk en beoordeel 3–4 weken.
Omega-3 (EPA+DHA)
25–30 mg/kg/dag
Visolie, moleculair gedestilleerd. Beste evidence-base: CKD-progressie vertragen, anti-inflammatoir bij IBD, ondersteuning HCM, huidbarrière.
Taurine
500–1.000 mg/dag
Bij hart-indicatie (DCM-risico) of huisbereid/graan-vrij dieet. Essentieel aminozuur — kat kan niet zelf synthetiseren.
L-carnitine
50–100 mg/dag
Vetzuur-transport mitochondriën. Cruciaal bij hepatische lipidose (katspecifieke aandoening), bij HCM, bij vermageringsprotocol obese kat.
Probiotica kat-specifiek
10^8–10^9 CFU/dag
Enterococcus faecium SF68 (FortiFlora) is bij kat goed onderzocht: diarree-remissie, IBD-ondersteuning, stress-gerelateerde darmklachten.
Prebiotica (FOS, psyllium)
voorzichtig starten
Low-dose opbouwen; kat kan bij snelle introductie flatulentie en diarree krijgen. Psyllium tevens bij hairballs en obstipatie.
Vitamine E (alpha-tocoferol)
10 IE/kg
Antioxidant, bij omega-3-suppletie vrijwel altijd samen. Ook bij hepatische lipidose, CKD en HCM.
Co-enzym Q10
1–2 mg/kg
Mitochondriaal, myocard. Vooral HCM-rassen (Maine Coon, Ragdoll, Perzisch) en bij gedilateerd/diastolisch hartfalen.
Cranberry-extract
10–20 mg/kg
FLUTD-ondersteuning: proanthocyanidines remmen E. coli-adhesie. Voorzichtig bij oxalaat-voorgeschiedenis (cranberry kan urine-oxalaat verhogen).
Glucosamine + chondroïtine
10–15 mg + 5–7 mg/kg
Gewrichtskraakbeen bij feliene osteo-artrose (onderbelicht, komt bij > 90% van katten >12 jaar voor). Ook GAG-laag van de blaas bij iCystitis.
Kolostrum (bovine)
100–250 mg/dag
Immuunmodulatie, darmbarrière, lactoferrine. Ondersteunend bij IBD, FIV, Feline Herpes en chronische dermatologische klachten.
Vitamine B-complex
Afhankelijk per B-vitamine
Bij CKD (verhoogde urinaire verliezen), IBD (B12-malabsorptie door ileum-ontsteking), anorexie, hyperthyreoïdie. B12 vaak subcutaan 250 mcg/week.
SAMe (S-adenosylmethionine)
20 mg/kg
Leverondersteuning bij hepatische lipidose, cholangiohepatitis/triaditis, medicamenteuze leverbelasting. Vaak gecombineerd met silymarine.
Mariadistel (silymarine)
2–5 mg/kg
Hepatoprotectie, antioxidant. Ondersteunend bij cholangitis, chronische lever-enzym-verhoging, medicatie-detoxificatie.
Slippery elm bark
~1/4 tl per 5 kg
Mucilagineus, darm-epitheel beschermend. Acute diarree, IBD-flare, mild anti-inflammatoir. Minimaal 2u verwijderd van andere medicatie innemen (interfereert met opname).
L-lysine
250–500 mg/dag
Feline Herpesvirus-1 (conjunctivitis, rhinitis). Lysine concurreert met arginine in virale replicatie. Effectiviteit controversieel, wel veilig profiel.
Psyllium
1–4 g/dag
Hairballs en chronische obstipatie (megacolon). Goed voor darmmotiliteit, vermindert hooghals-braken door haar. Altijd met voldoende water.
Katten hebben drie klassieke manifestaties van allergische huidziekte: miliair dermatitis (korrelige korstjes), eosinofiel granuloom-complex (indolent zweer op lip, lineair granuloom op poot, eosinofiele plaque) en pruritus van kop/hals. Vaak gedreven door vlo-allergie, voedingsallergie of omgevingsallergenen.
Darm ↔ huid ↔ vacht — wetenschappelijk erkend bij kat
Bij katten (net als bij honden) mag onder dierenregulatie expliciet worden gesteld dat darm-gezondheid bijdraagt aan huid- en vachtkwaliteit via specifieke supplementen (microbioom-restore + omega-3 + vezelbronnen). Dit in tegenstelling tot de NVWA-beperkingen voor humane supplementenclaims. In de praktijk geven de pijlers Enterococcus faecium SF68 + omega-3 (EPA > DHA) + vitamine E + gerichte zink bij hardnekkige miliair dermatitis en eosinofiele plaques binnen 6–10 weken vaak een merkbare afname.
Quercetine — zeer voorzichtig dosere en enkel op begeleiding van veterinair-orthomoleculair therapeut; bij kat minder onderzocht.
Kolostrum — darm-huid-as.
Probiotica — Enterococcus faecium SF68.
Lactoferrine — immuunmodulatie bij chronische eosinofiele plaques.
Differentiaal en leefstijl
Eliminatiedieet 8–12 weken met nieuwe eiwitbron: konijn, eend, struisvogel, insecten. Daarna gecontroleerde provocatie.
Vlo-controle — zelfs één beet kan bij FAD-kat een flare veroorzaken. Gebruik nooit vlooiendruppels die voor hond zijn (permethrine = fataal). Veilige actieven voor kat: selamectine, fipronil, imidacloprid, fluralaner.
Een doffe, vettige of plakkerige vacht bij kat is zelden een "shampoo-probleem". Katten poetsen zichzelf — een verwaarloosde vacht betekent dat de kat is gestopt met grooming (pijn, artrose, obesitas, systemische ziekte) of dat er een metabole onderliggende oorzaak is.
Voedingsstoffen voor vachtkwaliteit
Omega-3 (EPA+DHA) — 25–30 mg/kg/dag; 2×/dag bij vachtproblemen.
Zink — voorzichtig dosere (1–2 mg/kg); overdosering bij kat geeft snel hemolyse. Pas bij lab-bevestigd tekort suppletie.
Methionine + cysteïne (zwavelaminozuren) — haarschacht bestaat voor ~14% uit zwavelaminozuren. Kat heeft hoge behoefte door essentiele taurine-synthese (die ze niet doen) én haargroei.
Vitamine A als retinol — 100–200 IE/kg. Keratine-differentiatie. Niet overdoseren: katten zijn gevoelig voor hypervitaminose A (cervicale exostose).
Vitamine E — antioxidant voor haarfollikel.
Psyllium — 1–2 gram/dag preventief tegen hairballs; voert verslikt haar via ontlasting af in plaats van via braken.
Rode vlaggen — systemisch onderliggend?
Rood alarm: symmetrische alopecia
Een oudere kat met doffe, vette vacht, overmatige ruiing en symmetrische alopecia op flanken of buik — vooral samen met gewichtsverlies, polyfagie, polydipsie en hyperactiviteit — is tot bewijs van het tegendeel een hyperthyreoïdie-kat. Dit komt voor bij bijna 10% van de katten boven 10 jaar en is de meest voorkomende endocriene aandoening bij kat. Laat altijd T4 totaal (en zo nodig vrij T4) prikken voordat je iets orthomoleculairs inzet. Zie Schildklier-sectie.
Praktisch
Borstelen 2–3×/week voor lange-haar-rassen (Maine Coon, Pers, Noorse Boskat, Ragdoll).
Hairballs: wekelijks psyllium of malt-paste preventief.
Wassen van katten is zelden nodig en meestal stressvol; beperk tot medische indicatie (parasitair, vettig-seborroe bij Pers).
Gewichtsbeheer: een obese kat kan zichzelf niet goed poetsen en krijgt mat-klitten op de stuit.
Chronische enteropathie is bij katten klassiek een spectrum van voedingsresponsieve diarree, antibiotica-responsieve diarree, IBD en small-cell gastro-intestinaal lymfoom — histologisch vaak moeilijk te onderscheiden. Bij kat komt bovendien triaditis voor: gelijktijdige ontsteking van pancreas, darm en lever/gal.
Orthomoleculaire aanpak
Hypoallergeen dieet 8–12 weken — nieuwe eiwitbron (konijn, eend) of gehydrolyseerd, strikte monotherapie, geen snacks.
Echo buik: darmwand-verdikking, lymfadenopathie, pancreas, gal
Eventueel endoscopische biopten bij verdenking IBD vs. lymfoom
Wanneer dierenarts: gewichtsverlies > 10%, aanhoudend braken (>3 dagen), lethargie, dehydratie, geelzucht, bloedbijmenging, palpabele buikafwijking. Bij kat gaat het bij gewichtsverlies sneller dan bij hond of mens — dreiging van hepatische lipidose.
Klachtprotocol
Nierklachten: Chronic Kidney Disease (CKD)
CKD is de meest voorkomende doodsoorzaak bij katten boven 10 jaar (ca. 30–50% van de senior kat-populatie). Vaak pas symptomatisch als >66% van nefronen verloren is. Vroege detectie met SDMA is inmiddels standaard.
Fosfaatbinders — bij verhoogd serum-fosfaat (> IRIS-target). Kalium-citraat, chitosan, lanthaan-carbonaat (veterinair). Wordt ingezet door dierenarts, vaak in combinatie met fosfaat-arm nierdieet.
Kalium-citraat — hypokaliëmie komt vaak voor bij CKD-kat; suppleren + urinaire alkalinisatie.
Probiotica / "enteric dialysis" — specifieke probiotica-blend (Azodyl, E. thermophilus KB19 + L. acidophilus KB27 + B. longum KB31) kan uremische toxines binden.
Mariadistel + SAMe — bij chronische nier-lever-co-pathologie.
Hydratatie — natvoer prioriteit — kat is geadapteerd aan water uit prooi; droogvoer-gevoede CKD-kat is chronisch subklinisch uitgedroogd. Natvoer + drinkfontein + subcutane vloeistoffen in latere stadia.
Lab & monitoring
SDMA (symmetrisch dimethylarginine) — vroege marker, stijgt al bij 40% nefron-verlies.
Feline Lower Urinary Tract Disease (FLUTD) is een paraplu-term: feliene idiopathische cystitis (FIC, ca. 60% van gevallen), urolithiasis (struviet, calciumoxalaat), urethraplug, urethritis, blaasneoplasie. FIC is primair stress-gedreven — neurogene blaasontsteking door sympathicus-activatie, geen bacterieel probleem.
Conflict-management bij multi-kat-huishouden (apart eten, meerdere waterplekken).
Gewichtsbeheer: obese kat heeft 2× hoger FIC-risico.
Noodgeval bij mannelijke kat
Een mannelijke kat die herhaaldelijk in de bak zit, perst zonder plas te produceren, en jammert, heeft tot bewijs van het tegendeel een urethrale obstructie. Dit is een acute levensbedreigende situatie (hyperkaliëmie, post-renale azotemie, blaasruptuur). Binnen uren dierenarts — geen wachten, geen orthomoleculair. Vrouwelijke katten hebben door bredere urethra zeldener volledige obstructie.
Klachtprotocol
Hart: hypertrofische cardiomyopathie (HCM)
HCM is de meest voorkomende hartziekte bij de kat. Verdikking van de linker-ventrikelwand geeft diastolische dysfunctie, soms systolische gradiënt, uiteindelijk congestief hartfalen en/of arteriële trombo-embolie (ATE — "zadeltrombus"). Rassen met verhoogd risico:
Maine Coon, Ragdoll — MYBPC3-mutatie gedocumenteerd, genetische screening mogelijk.
Perzisch, Brits Korthaar, Sphynx, Bengaal — familiaire HCM zonder single-gene-mutatie.
Orthomoleculaire ondersteuning
Taurine — bij kat altijd checken; HCM-kat meestal wel taurine-voldoende bij commerciele voeding, maar controleer bij graan-vrij of huisbereid.
Vitamine E + C — antioxidant bij mitochondriaal stress.
Acuut: zadeltrombus
Plotselinge verlamming van beide achterpoten + schreeuw van pijn + koude voeten + afwezige femorale pols = arteriële trombo-embolie ("zadeltrombus") — klassieke complicatie van HCM. Dit is een acuut noodgeval. Direct dierenarts. Prognose is voorbehouden; overleving vaak 50% op korte termijn, veel pijn.
Wanneer dierenarts: versnelde ademhaling in rust (>30/min), open-bek-ademen, hoesten (zeldzaam bij kat — duidt op ernstig), lethargie, syncope. Screening: echocardiografie + NT-proBNP bij risico-rassen vanaf 1 jaar, jaarlijks.
Klachtprotocol
Schildklier: hyperthyreoïdie (geriatrische kat)
Hyperthyreoïdie is de meest voorkomende endocriene aandoening bij katten >10 jaar (ca. 10% prevalentie). Oorzaak meestal benigne adenomateuze hyperplasie of adenoom van één of beide schildklierkwabben. Klassieke symptomen: gewichtsverlies ondanks polyfagie, polydipsie/polyurie, hyperactiviteit/onrust, vocalisatie ’s nachts, tachycardie, doffe/schilferige vacht, braken/diarree.
Diagnose & regulier
T4 totaal — eerstelijns screening; bij 90% verhoogd. Bij grens-T4 met passend beeld: herhalen of vrij T4 (fT4) door equilibrium-dialyse meten.
TSH cat-TSH (canine-TSH assay) — onderdrukt bij hyperthyreoïdie.
Orthomoleculaire ondersteuning (aanvullend, niet vervangend)
L-carnitine — 250 mg/dag; myocard-protectief bij tachycardie/hypertrofie.
Taurine — vanwege hartbelasting.
Co-enzym Q10 — mitochondriaal, hart.
B-complex — verhoogd metabolisme put B-vitamines uit.
Vitamine E — antioxidant bij verhoogde ROS-productie.
Magnesium — ritme-stabiliteit.
GEEN extra jodium
Aan een hyperthyreoïde kat nooit extra jodium geven (geen zeewier, geen kelp, geen multivitamine met jodium). Dat verergert de schildklier-overproductie direct. Ook kelp-rijke "hond-supplementen" zijn bij kat met hyperthyreoïdie contra-geïndiceerd.
Wanneer dierenarts: zelfs vermoeden van hyperthyreoïdie altijd verifiëren. Onbehandeld geeft het hartfalen, hypertensie, retinopathie, spierverlies en versterkte morbiditeit. Na start methimazol: nierfunctie na 2–4 weken herhalen — onderliggende CKD wordt vaak pas zichtbaar nadat T4 normaliseert.
Lab-praktijk bruggetje
Uit Michaels lessen
Katten zijn biochemisch een andere categorie. Het grootste gevaar is overextrapoleren. Paracetamol is bij kat letterlijk dodelijk, omdat het UGT1A6-enzym ontbreekt — dat is geen kwestie van dosering, dat is kwestie van ontbrekend metabolisme. Alfa-liponzuur: veilig bij hond, toxisch bij kat. Die soort-specifieke verschillen respecteren is geen voorzichtigheid, het is basale biochemie. Dat zag ik in cursussen OrthoLinea telkens terugkomen: hoe vaker een therapeut zonder dierenarts-achtergrond protocollen van mens naar hond naar kat liet doorsijpelen, hoe groter de risico’s werden. Bij de kat begint orthomoleculair met één vraag: is er een UGT-, een cytochroom- of een essentieel-nutriënt-valkuil?
Michael Eekhof — ex-hoofddocent OrthoLinea (2017–2024), ex-Biovis interpretatie-specialist
Overleg ALTIJD eerst met je dierenarts, zeker bij oudere kat, medicatie-gebruik of chronische aandoening. De kat is kwetsbaarder dan de hond en decompenseert sneller.
Dosering per kg lichaamsgewicht — kat weegt meestal 3–6 kg. Weeg regelmatig (maandelijks), vooral bij senior kat — gewichtsverlies is vroeg-signaal van CKD, hyperthyreoïdie, DM.
Één supplement tegelijk beginnen, 3–4 weken, om effect en bijwerking te beoordelen. Stapelen zonder fase-evaluatie is ongewenst.
Kwaliteit > prijs: veterinary-grade boven humaan, humaan-orthomoleculair boven drogist. Controleer op xylitol-vrij, op etherische-olie-vrij (vaak in "natuurlijke" supplementen), en op zuiverheidsrapporten (derde-partij analyse).
Vorm aanpassen aan kat: katten zijn notoire pilweigeraars. Vloeibaar, pasta, poeder in nat voer, pill-pockets zonder rundvlees-eiwit bij allergie.
Nooit hond-supplementen zonder verificatie — veel bevatten xylitol, kelp (jodium), knoflook-extract, etherische oliën of alfa-liponzuur.
Altijd doorverwijzen naar een integraal-werkende dierenarts met kat-ervaring bij twijfel.
In Nederland zijn integraal/holistisch werkende dierenartsen te vinden via de AHVMA-filosofie (International) en in toenemende mate via praktijken die feline-only of feline-focused werken — waarbij kat-stressmanagement (zachte omgeving, Feliway, weinig stimulus) een eigen pijler naast biochemie vormt.
Verdieping
Gerelateerde pagina’s
Andere pagina’s in de kennisbank die mechanismen behandelen die ook bij katten relevant zijn — met het uitdrukkelijke voorbehoud dat dosering en contra-indicaties per diersoort verschillen en bij kat de glucuronidering-valkuil altijd eerst gecheckt moet worden.
Belangrijke waarschuwing: Deze informatie is educatief bedoeld en vervangt geen consult bij een gekwalificeerd dierenarts. Katten zijn biochemisch kwetsbaarder dan honden of mensen: door beperkte glucuronidering zijn diverse "onschuldig" geachte stoffen (paracetamol, salicylaten, alfa-liponzuur, etherische oliën) bij de kat toxisch tot fataal. Zie de sectie Gevaarlijke stoffen. Begin nooit een supplementenprotocol bij acute klachten — eerst diagnose stellen. Doseringen zijn per kg lichaamsgewicht en variëren per rasgroep, leeftijd en nier/leverfunctie. Bij twijfel altijd een integraal-werkende dierenarts raadplegen. Meer op onze disclaimerpagina.
Orthomoleculaire ondersteuning voor je kat?
Werk samen met een integraal-werkende dierenarts of een orthomoleculair therapeut met specifieke kat-kennis voor een veilig, individueel en onderbouwd protocol.