Een vetzurenanalyse meet de procentuele samenstelling van vetzuren in het membraan van erytrocyten (of in plasma-fosfolipiden). Dit geeft een stabiele weerspiegeling van de vetzuurinname over de laatste 2–3 maanden, veel betrouwbaarder dan een momentopname in serum.
De analyse kwantificeert omega-3 vetzuren (EPA, DHA, ALA), omega-6 (arachidonzuur AA, linolzuur LA, DGLA), verzadigde vetzuren, enkelvoudig onverzadigde (oliezuur) en trans-vetzuren. Hieruit volgen klinisch belangrijke ratio’s.
Percentage EPA + DHA in het erytrocytmembraan. Voorspelt cardiovasculair risico en plotse hartdood. Optimaal: > 8%. Deficit: < 4%.
Verhouding tussen pro- en anti-inflammatoire vetzuurgroepen. Westerse dieet typisch 15:1–20:1; evolutionair en orthomoleculair optimaal 2:1–4:1.
Arachidonzuur (substraat voor pro-inflammatoire eicosanoïden, leukotriënen B4, prostaglandine E2) versus EPA (substraat voor anti-inflammatoire eicosanoïden). Optimaal 1,5–3; verhoogd bij chronische ontsteking, auto-immuun en huidklachten.
Industriële trans-vetten (geharde plantaardige oliën) verhogen cardiovasculair risico sterk. Optimaal < 1%. Natuurlijke trans-vetten uit zuivel (vaccenzuur, CLA) zijn niet schadelijk en tellen niet mee.
| Parameter | Functioneel optimaal | Typisch Westers |
|---|---|---|
| Omega-3 index (EPA+DHA) | > 8% | 3–5% |
| EPA (eicosapentaënzuur) | > 1,5% | 0,3–0,8% |
| DHA (docosahexaënzuur) | > 5% | 2–3% |
| Omega-6 / omega-3 ratio | 2:1 – 4:1 | 15:1 – 20:1 |
| AA / EPA ratio | 1,5 – 3 | 10 – 20 |
| Arachidonzuur (AA) | 8 – 11% | 10 – 16% |
| Trans-vetzuren (industrieel) | < 1% | 1 – 3% |
| Mead-zuur (EFA-deficit) | < 0,1% | < 0,1% |
Wijst op onvoldoende inname van mariene omega-3 (EPA/DHA). Klinische implicaties:
Aanpak: 2–4 g EPA+DHA/dag uit visolie of algenolie, 2–3 porties vette vis per week. Hertest na 3–4 maanden.
Wijst op overdaad aan omega-6 uit industriële zaadoliën en/of tekort aan omega-3. Klinische implicaties:
Aanpak: zaadoliën (zonnebloem, soja, maïs) vervangen door olijfolie extra vierge, kokosolie, roomboter; omega-3 verhogen.
Boven de 8% wordt als optimaal beschouwd en is geassocieerd met een significant lager risico op plotse hartdood en cardiovasculaire ziekte. Onder 4% is het risico sterk verhoogd. De meeste Westerse bevolkingen zitten rond 3–5%.
Een ratio van 15:1 tot 20:1 (typisch Westers dieet) wijst op een pro-inflammatoire vetzuurstatus. Optimaal is 2:1 tot 4:1 — bereikbaar door zaadoliën te reduceren en vette vis of algenolie toe te voegen.
Beide zijn waardevol. De omega-3 index voorspelt cardiovasculair risico; de AA/EPA-ratio is een directere marker voor de inflammatoire balans op eicosanoïd-niveau. Optimaal is een AA/EPA-ratio van 1,5–3.
Beperkt. De conversie van ALA naar EPA is bij de meeste mensen slechts 1–10%, naar DHA zelfs < 1%. Vegetariërs en veganisten doen er goed aan algenolie (EPA+DHA) te suppleren om een optimale omega-3 index te bereiken.
Voor een diepere uitleg over vetzuren, metabolisme en therapeutische toepassingen: zie de uitgebreide vetzuren-gids in de kennisbank.
Een orthomoleculair therapeut bekijkt het totaalplaatje en stelt een persoonlijk protocol op.
Therapeut zoeken →