"Ik ben allergisch voor gluten." "Ik heb een melkintolerantie." "Ik ben overgevoelig voor histamine." Deze zinnen klinken alledaags, maar in medisch opzicht beschrijven ze heel verschillende processen. Drie mensen met dezelfde klacht ("buikpijn na een boterham") kunnen drie totaal verschillende achterliggende mechanismen hebben — en dus drie verschillende behandelstrategieën nodig hebben.
Hieronder de drie categorieën zoals ze medisch worden onderscheiden.
Mechanisme: sensibilisatie van het immuunsysteem tegen een specifiek voedseleiwit, met productie van specifiek IgE. Bij blootstelling bindt het allergeen aan IgE op mestcellen, mestcellen degranuleren, histamine en andere mediatoren komen vrij.
Klachten: acuut (minuten), huidreacties, zwelling, benauwdheid, in ernstige gevallen anafylaxie.
Typische allergenen: pinda, boomnoten, melk, ei, vis, schaaldieren, soja, tarwe.
Diagnostiek: specifiek IgE-bloedtest, huidpriktest, eventueel orale provocatietest. Zie IgE-allergietest.
Behandeling: strikt vermijden, noodmedicatie (antihistaminica, adrenaline-autoinjector), eventueel desensibilisatie.
Mechanisme: het lichaam mist of heeft te weinig van een enzym om een voedingsstof af te breken. De onverteerde stof veroorzaakt klachten, maar het immuunsysteem is niet betrokken.
Klachten: opgeblazen gevoel, winderigheid, diarree, buikkrampen — meestal binnen enkele uren na consumptie. Geen huidreactie, geen anafylaxie.
Voorbeelden:
Diagnostiek: H2-ademtest, enzymbepaling (DAO), eliminatie-provocatie.
Behandeling: dosisaanpassing, enzymsuppletie (bijv. lactase), dieetaanpassing.
Mechanisme: divers. Kan niet-IgE-immuunreactie zijn, reactie op bioactieve stoffen in voeding, darmmotiliteit- of microbioomgerelateerd. Klinisch reëel, mechanistisch niet altijd eenduidig.
Voorbeelden:
Diagnostiek: grotendeels per uitsluiting en gecontroleerde eliminatie-provocatie. Geen gouden standaard-test.
Behandeling: dieetaanpassing, soms tijdelijk, in combinatie met darmherstel.
| Allergie | Intolerantie | Overgevoeligheid | |
|---|---|---|---|
| Mechanisme | Immuun (IgE) | Enzymtekort | Divers / niet-IgE |
| Snelheid klachten | Minuten | Uren | Uren tot dagen |
| Anafylaxierisico | Ja | Nee | Nee |
| Test | IgE, SPT | H2-adem, enzym | Eliminatie-provocatie |
| Kleine hoeveelheid | Kan fataal zijn | Vaak tolereerbaar | Vaak tolereerbaar |
| Behandeling | Vermijden + noodmedicatie | Dosisaanpassing / enzym | Dieetaanpassing + darmherstel |
In de praktijk zie ik nog vaak dat mensen zichzelf "allergisch voor gluten" noemen terwijl ze coeliakie bedoelen, of "histamine-intolerant" terwijl het een histamine-capaciteitsprobleem is. De juiste term leidt tot de juiste aanpak.
Stel de vraag altijd scherp bij een intake: snelheid van klachten, dosisafhankelijkheid, welke organen reageren, wat gebeurt bij stress of slaaptekort — dit onderscheidt een IgE-allergie van een enzymtekort van een multifactoriële overgevoeligheid. De diagnostiek volgt dan de clini, niet andersom.
Nee. Lactose-intolerantie is enzymatisch (lactase-tekort), geen immuunreactie. Een melkallergie is wél immunologisch, gericht tegen melkeiwit.
Klachten na gluten, zonder coeliakie en zonder tarwe-allergie. Diagnose per uitsluiting en gecontroleerde her-introductie.
Niet in de zin van anafylaxie. Klachten zijn wel hinderlijk en chronisch. Bij sterke klachten: altijd coeliakie en IgE-allergie uitsluiten voordat je "intolerantie" als etiket accepteert.
Ja. Iemand met atopisch eczeem kan bijvoorbeeld een klassieke noten-allergie hebben, daarnaast lactose-intolerantie en ook FODMAP-gevoeligheid. Elke component vraagt eigen diagnostiek en aanpak.
Een orthomoleculair therapeut helpt bij differentiëren en passende diagnostiek.
Therapeut zoeken →