← Terug naar blog
8 min leestijd

Therapeutische vs commerciële supplementen: waarom de dosis de lakmoesproef is

‘Klinisch onderzocht ingrediënt’ zegt niets over de dosis in het potje. Het onderzoek gebruikte een specifieke hoeveelheid — het eindproduct mag daar een fractie van bevatten en tóch dezelfde claim voeren. Dit is waar het echte verschil tussen supplementmerken zichtbaar wordt, en hoe je het aan het etiket afleest.

Door Michael Eekhof, voormalig docent OrthoLinea (2017–2024) en lab-interpretatie-specialist

Een paar losse capsules naast een glazen potje, en een metalen schepje vol capsules.
Een paar losse capsules naast het potje — of een schepje vol. Dezelfde capsules, een heel andere hoeveelheid werkzame stof.

Ik had het er de afgelopen dagen met therapeuten en cliënten over, en het blijft een van de meest onderschatte punten in supplementenland: de aanduiding ‘klinisch onderzocht ingrediënt’ hangt aan de onderzoeksgeschiedenis van de gróndstof — niet aan wat er in de capsule zit. Het ingrediënt draagt het onderzoek. De portie in jouw hand draagt misschien niet de dosis.

Het ingrediënt draagt het onderzoek. De portie in jouw hand draagt misschien niet de dosis.

Niet beter of slechter — anders ontworpen

Grosso modo is een commercieel supplement gemaakt om zoveel mogelijk te verkopen aan een zo groot mogelijk publiek. Een therapeutisch supplement is gemaakt om een specifiek probleem op te lossen voor een veel kleinere doelgroep. Het één hoeft niet altijd beter te zijn dan het ander — maar het verschil is wezenlijk, omdat beide voor iets anders optimaliseren.

Commercieel

Gemaakt om te verkopen

  • Breed publiek, zo laag mogelijke prijs, efficiënte productie.
  • Goedkopere grondstofvormen (oxides, synthetische varianten).
  • Vul- en hulpstoffen om de productie vlot en goedkoop te houden.
  • Dosis werkzame stof vaak laag — scheelt kosten en vermijdt neveneffecten.
  • Marketing-gedreven: het bekende ingrediënt staat groot op het etiket.
Therapeutisch

Gemaakt om te werken

  • Gericht op een specifiek probleem of (sport)prestatie.
  • Ingrediënten geselecteerd op kwaliteit én werkzaamheid.
  • Gedoseerd op het onderzochte niveau, in de onderzochte standaardisatie.
  • Weinig tot geen vulmiddelen; zoveel mogelijk natuurlijke, actieve vormen.
  • Duurder — en begeleiding telt zwaarder, want effect én neveneffecten zijn groter.

Therapeutische merken kiezen daarom vaak ‘commercieel onhandige’ namen die het werkingsmechanisme beschrijven in plaats van de verkoop. Dat is geen toeval: bij een therapeutisch merk is de formule het uitgangspunt, niet de schapstelling.

De dosis is de lakmoesproef

Hier zit het deel dat de meeste mensen — en soms ook professionals — missen. Omdat de claim aan het ingrediënt hangt en niet aan de capsule, blijft ‘klinisch onderzocht’ technisch waar, ook bij een symbolische hoeveelheid. En binnen een ‘proprietary blend’ (een geheime melange) is de dosis per ingrediënt niet vermeld — niemand kan het controleren.

Het getal dat telt is de klinisch effectieve dosis: de hoeveelheid die in de onderzoeken daadwerkelijk gebruikt is, bij de standaardisatie die daar gebruikt werd. Niet de aanwezigheid van het ingrediënt op zich.

En vaak is het niet eens kwade wil. Een lagere dosis is goedkoper, past in minder capsules, en soms wordt er gedoseerd op dier- of in-vitro-data in plaats van op humaan onderzoek. De uitkomst is hetzelfde: de naam verkoopt, de dosis levert niet.

Infographic: de klinisch effectieve dosis (100 procent, bij de onderzochte standaardisatie) versus wat er soms in het potje zit — een fractie, genoeg voor de claim maar niet voor het effect.
De dosis-kloof: ‘klinisch onderzocht’ op het etiket zegt niets over hoeveel er werkelijk in de capsule zit.

Curcumine: dezelfde naam, tienvoud verschil

Curcumine maakt het concreet. Een gestandaardiseerd extract (bijvoorbeeld 95% curcuminoïden) levert vanaf ongeveer 250–500 mg curcuminoïden per capsule. Ongestandaardiseerd kurkumapoeder bevat maar 2–5% curcuminoïden — daar heb je grámmen van nodig voor dezelfde werkzame hoeveelheid.

Twee producten kunnen dus allebei ‘curcumine’ heten en toch een factor tien verschillen in wat er werkelijk in zit. Wie alleen naar de naam kijkt, ziet dat verschil niet. Wie naar de hoeveelheid én de standaardisatie kijkt, wel. Meer over doseringen, biobeschikbaarheid en standaardisatie staat op de kennisbankpagina over curcumine (kurkuma).

‘Wetenschappelijk onderbouwd’ is niet ‘gevalideerd’

Twee formuleringen worden vaak door elkaar gebruikt, terwijl ze iets heel anders beloven. Het onderscheid is precies waar de dosis-kwestie op neerkomt.

Wetenschappelijk onderbouwd

Het product is ontwikkeld op basis van bestaand onderzoek en theorie: er is literatuur die suggereert dat de ingrediënten effectief kúnnen zijn. Dit gaat over het ingrediënt — het garandeert niet dat hét product zelf, in dít potje en in déze dosis, klinisch is getest.

Wetenschappelijk gevalideerd

Er is een stap verder gezet: dubbelblind, placebogecontroleerd onderzoek — of voldoende empirisch bewijs via een breed panel van zorgprofessionals, laboratoriumanalyses en patiënten. De uitkomst zelf is getoetst, niet alleen de aanname.

Een therapeutisch merk streeft naar béide: onderbouwing vóór de formule, validatie erna. ‘Gebaseerd op wetenschappelijk onderzoek’ op een verpakking is dus geen synoniem voor ‘bewezen werkzaam in deze samenstelling’. Het is een startpunt, geen eindpunt — en het loont om te vragen wát er precies bedoeld wordt.

Wat er níet in hoort

Naast de dosis is de ingrediëntenlijst áchter de werkzame stof verhelderend. Vul- en vloeimiddelen, kleur- en glansmiddelen en het capsulemateriaal zeggen iets over waarvoor een merk optimaliseert: vlotte productie, of zuiverheid. Een lange lijst hulpstoffen bij een lage dosis werkzame stof is een patroon dat je leert herkennen. Ik schreef er eerder een apart stuk over: wat zit er naast de werkzame stof in je supplement?, met de bijbehorende excipients-gids.

De vórm van een ingrediënt telt trouwens net zo goed als de hoeveelheid: vergelijk bijvoorbeeld 5-MTHF met synthetisch foliumzuur, of magnesiumbisglycinaat met magnesiumoxide.

Uit Michaels lessen

Als een protocol niet werkt, is het meestal de dosis — niet het molecuul

In de jaren dat ik labpanels interpreteerde en therapeuten opleidde, zag ik telkens hetzelfde patroon. Een cliënt met een hardnekkig verhoogd CRP dat maar niet zakte — niet omdat de ontstekingsremmer verkeerd gekozen was, maar omdat de dosis homeopathisch was. Een B12 die bleef hangen op een onderhoudsdosering in een slecht opneembare vorm. Een cliënt die ‘curcumine al geprobeerd had, zonder resultaat’ — 20 mg in een multiformule, zonder standaardisatie.

De les die ik mijn studenten telkens meegaf: lees eerst de hoeveelheid en de vorm, vóórdat je het ingrediënt afschrijft. Als een protocol faalt, zit het in driekwart van de gevallen in dosis of vorm, niet in het molecuul. Een labwaarde die niet beweegt, vertelt je vaak niet dat de stof niet werkt — maar dat er te weinig van binnenkwam, of in een vorm die het lichaam niet kon gebruiken.

Vandaar mijn vuistregel: zoek de werkzame hoeveelheid pér dagdosering op, leg die naast de onderzochte dosis, en oordeel dan pas. De naam op het etiket is de opening van het gesprek, niet het antwoord.

Zo lees je een etiket

  1. Zoek de hoeveelheid werkzame stof per dagdosering (in mg), niet alleen per capsule — het aantal capsules per dosis verandert het plaatje.
  2. Check de standaardisatie (bijvoorbeeld 95% curcuminoïden, of 3,5–5,5% withanoliden bij ashwagandha). Zonder standaardisatie weet je niet wat je binnenkrijgt.
  3. Wantrouw een ‘proprietary blend’ zonder losse doseringen per ingrediënt.
  4. Leg de dosis naast de onderzochte hoeveelheid — gebruik de kennisbank als ijkpunt.
  5. Kijk naar de vorm (5-MTHF vs foliumzuur, bisglycinaat vs oxide, methyl- vs cyanocobalamine).
  6. Lees de hulpstoffenlijst: veel vulmiddelen bij een lage werkzame dosis is een signaal.
  7. Vraag na of het product onderbouwd óf gevalideerd is — en wat het merk daar precies mee bedoelt.

Tot slot

Commercieel of therapeutisch: geen van beide is per definitie goed of fout. Ze zijn voor verschillende doelen ontworpen. Maar wie een supplement kiest voor een specifieke gezondheids- of prestatievraag, doet er goed aan verder te kijken dan de naam op de voorkant. De dosis, de standaardisatie en de vorm vertellen het echte verhaal — en die staan zelden in de reclame, maar altijd op het etiket.

Twijfel je over dosis of vorm?

Een orthomoleculair therapeut kan een etiket met je doornemen, je klachten beoordelen en een onderbouwd advies opstellen — afgestemd op labwaarden en jouw situatie.

Therapeut zoeken →