← Terug naar blog
9 min leestijd

Wat zit er naast de werkzame stof in je supplement?

In een typische supplement-tablet is slechts 10 tot 40 procent van de massa de werkzame stof. De rest — 60 tot 90 procent — bestaat uit hulpstoffen. Niet allemaal even wenselijk, en sommige inmiddels zelfs verboden in voedingsmiddelen. Hoe herken je ze, en welke maken het verschil?

Door Michael Eekhof, voormalig hoofddocent OrthoLinea (2017–2024) en lab-interpretatie-specialist

Pak een willekeurig supplement uit je kastje en lees het etiket. Onder het kopje ‘ingrediënten’ staat eerst de werkzame stof — bijvoorbeeld ‘magnesium-bisglycinaat’. Daarna komt een rij namen waar je waarschijnlijk overheen leest: microcrystallijne cellulose, magnesium-stearaat, silicium-dioxide, hydroxypropyl-methylcellulose.

Dat zijn excipients — van het Latijnse excipere, ‘ontvangen’. Hulpstoffen die het mogelijk maken dat een paar honderd milligram werkzame stof in een handzame, persbare, slikbare vorm in je hand komt. Zonder excipients zou poeder vastplakken aan productiemachines, capsules zouden uit elkaar vallen voor ze de fles bereiken, en tabletten zouden niet uniform doseren.

Tot zover het functionele verhaal. Maar de praktijk is wat genuanceerder.

Hoeveel hulpstof zit er eigenlijk in?

Neem een capsule met 200 mg vitamine C. Als pure ascorbinezuur weegt dat ~200 mg. Een doorsnee capsule weegt 350-500 mg. Daar zit dus 150-300 mg aan iets anders in dan wat op de voorkant van de fles staat.

10-40%
Werkzame stof in gemiddeld supplement
60-90%
Excipients (vul- en hulpstoffen)
0%
Wat de meeste mensen weten ervan

Bij een eenvoudig magnesium-supplement valt het meestal mee. Bij goedkope multivitamines, kauwtabletten of bruistabletten kan de excipient-fractie op 90% lopen. Niet omdat fabrikanten kwaad willen, maar omdat de werkzame doses (50 µg vit B12, 25 µg vit D, 200 µg foliumzuur) zo klein zijn dat de pil zonder vulstof onhanteerbaar wordt.

Drie hulpstoffen die je vrijwel altijd tegenkomt

1. Magnesium-stearaat

De grote omstreden hoofdrolspeler. Magnesium-stearaat (E470b) is een glijmiddel dat voorkomt dat poeder vastplakt aan tabletteer-stempels. Aanwezig in 80-90 procent van alle tabletten op de markt — ook farmaceutisch.

De controverse stamt uit een in vitro-studie van Tebbey en Buttke uit 1990: magnesium-stearaat onderdrukte daarin de T-cel-functie. Sindsdien wordt het in alternatieve kringen aangewezen als ‘immuun-onderdrukker’. Maar er is een belangrijk woord ontbrekend in dat verhaal: in vivo. Bij mensen, in normale doseringen, is dat klinische effect nooit aangetoond.

De pragmatische werkelijkheid: stearaten zijn niet bewezen schadelijk in standaard-doseringen, maar ze zijn ook niet noodzakelijk. Een fabrikant die zonder stearaten kan produceren bewijst dat het mogelijk is — en levert een capsule met één ingrediënt minder. Voor cliënten met darmproblemen, MCAS of meervoudige chemische gevoeligheid is dat geen luxe maar een praktische verbetering.

2. Silicium-dioxide

Silicium-dioxide (E551, vaak gewoon ‘silica’) is een anti-caking agent: het houdt poeder droog en vrij stromend. Op zich onschadelijk in zijn klassieke vorm.

De zorg ligt bij de nano-fractie. Sommige industriële silica-poeders bevatten deeltjes onder de 100 nanometer — klein genoeg om de darmwand te penetreren. Sinds 2018 staat E551 bij de EFSA onder review voor de nano-vorm. Conclusies zijn er nog niet, maar de richting is voorzichtig.

3. Microcrystallijne cellulose (MCC)

De stille mokkele. Microcrystallijne cellulose (E460) is plantaardige cellulose — uit hout of katoen geraffineerd tot een fijn poeder dat samenpakt onder druk. De meest gebruikte vulstof in tabletten.

Niet verteerbaar, dus passeert onveranderd door de darm. In normale hoeveelheden onschadelijk. Net als bij silica is er een nano-discussie voor specifieke fracties, maar voor reguliere MCC zijn er geen klinische zorgen.

De drie waar je wél attent op moet zijn

Titaandioxide — per 7 augustus 2022 verboden

Dit is geen orthomoleculaire achterdocht meer. Op 6 mei 2021 publiceerde de EFSA een nieuwe risicobeoordeling van titaandioxide (E171), het witte kleurpigment in tablet-coatings en als kleurstof in vrijwel elke witte tablet. Conclusie: de stof is niet langer als veilig te beschouwen als levensmiddelen-additief, vanwege onvoldoende uitgesloten genotoxiciteit.

Per 7 augustus 2022 is E171 in de EU verboden in voedingsmiddelen — en voedingssupplementen vallen onder die wet. Je zou het dus niet meer moeten zien staan op een Nederlands supplement-etiket. Toch komen we het bij oudere voorraden, geïmporteerde producten of medicijnen (waar het nog tijdelijk wel mag) nog tegen.

Vind je E171 of titaandioxide op een supplement-etiket? Leg het terug. De fabrikant zit ofwel met oude voorraad, ofwel buiten EU-regelgeving om.

Maltodextrine

Een witte poeder, smaakloos, oplosbaar — perfect als vulstof. Op de ingrediëntenlijst lijkt het onschuldig: zetmeel-derivaat. In werkelijkheid is het een snel-resorbeerbaar koolhydraat met een glycemische index van rond de 120 — hoger dan witte suiker.

In een sport-supplement na een training: prima. In een dagelijks vitamine-D-tablet voor een cliënt met insulineresistentie of T2 diabetes: een verborgen blood-sugar-spike. Lees etiketten, vooral bij ‘goedkope’ multi’s.

Aspartaam, sucralose en azo-kleurstoffen

De ‘wellness-supplements’ die als gummies of bruistabletten verkocht worden bevatten vaak synthetische zoetstoffen en kleurstoffen. Aspartaam (E951) werd in 2023 door het IARC geclassificeerd als ‘mogelijk carcinogeen voor mensen’ (groep 2B). Sucralose verstoort het microbioom in dier-modellen. Azo-kleurstoffen E102 (tartrazine), E110 (sunset yellow) en E129 (allura red) hebben sinds 2007 een verplichte EU-waarschuwing op het etiket vanwege hyperactiviteits-effecten bij kinderen.

Geen van deze hoort thuis in een dagelijks supplement.

Snel-checklist voor het etiket

Wat zou ik thuis kunnen doen

Een paar concrete handelingen waar je morgen mee kunt beginnen:

  1. Tel de ingrediëntenregels. Een capsule met ‘magnesium-bisglycinaat, plantaardige capsule (HPMC)’ en niets meer is excipient-arm. Vijf, tien of vijftien regels = excipient-cocktail.
  2. Zoek E-codes op een EU-database. De EFSA-website en foodadditives.eu geven actuele toelating-status.
  3. Vraag het etiket op. EU-fabrikanten zijn verplicht volledige transparantie te bieden. Doen ze er moeilijk over: andere keuze.
  4. Kies poedervorm waar mogelijk. Bulk-poeder (creatine, glutamine, NAC, magnesium-malaat) bevat geen excipients per definitie — je doseert zelf.
  5. Voor cliënten met gevoeligheden: vraag aan je therapeut welk merk excipient-arme of -vrije producties heeft. Voor MCAS, MCS, IBD, auto-immuun is dit therapeutisch relevant, niet cosmetisch.

De volledige lijst

Bovenstaand stuk is een leesbare introductie. Voor de volledige technische referentie — alle ~30 excipients per categorie, met E-codes, etiket-namen en mogelijke bezwaren — zie:

Excipients-gids in de kennisbank

Daar vind je per categorie (glijmiddelen, vulstoffen, coatings, capsulewanden, kleurstoffen) een tabel die je naast je supplement-fles kunt leggen.

Tot slot

De meeste excipients zijn niet kwaadaardig. Ze zijn een productie-realiteit. Maar dat ze er zijn betekent niet dat ze er móeten zijn. Een capsule kan veel kleiner met één ingrediënt minder. Een poeder kan losser zonder stearaat als de productie-lijn ervoor is ingericht. Een witte tablet kan ook zonder titaandioxide — in feite móet dat sinds 2022.

De vraag is niet ‘is mijn supplement gevaarlijk?’. Bij de meeste mensen, in normale doses, niet. De vraag is: kan het schoner, en welke leverancier kiest voor die schonere route. Dat onderscheid maakt het verschil.

Vragen over je supplement-protocol?

Een orthomoleculair therapeut kan helpen bij het samenstellen van een excipient-bewust supplement-plan, vooral bij MCS, MCAS, darmklachten of auto-immuunaandoeningen.

Therapeut zoeken →