IgG is de meest voorkomende antistof in het bloed en vormt ongeveer 75% van alle immunoglobulinen. Het ontstaat na blootstelling aan een antigeen (infectie, vaccinatie) en vormt het langdurige immunologisch geheugen. Een totaal IgG-bepaling meet de som van alle IgG in het serum — een algemene maat voor humorale immuniteit.
Referentiewaarden: ongeveer 7,0 – 16,0 g/L bij volwassenen (varieert per lab en leeftijd). Kinderen hebben lagere waarden die met de leeftijd toenemen.
| Subklasse | % van totaal IgG | Functie |
|---|---|---|
| IgG1 | 60–65% | Primaire respons tegen eiwitantigenen, virussen, complementactivatie |
| IgG2 | 20–25% | Respons tegen polysacchariden (ingekapselde bacteriën zoals pneumokokken) |
| IgG3 | 5–10% | Virale infecties, sterke complementactivatie |
| IgG4 | 3–6% | Chronische blootstelling, tolerantie-inductie, zelden ziektegerelateerd (behalve bij IgG4-related disease) |
Een totaal IgG binnen de norm sluit een subklasse-deficientie niet uit: je kunt een normaal totaal IgG hebben terwijl één subklasse te laag is. Zie ook IgG4 specifiek.
Bij recidiverende luchtweg- en sinusinfecties is IgG-bepaling (met subklassen) onderdeel van immunologisch onderzoek.
Sommige commerciële voedseltesten verkopen panels op basis van "totaal IgG tegen voedingsmiddelen". Dit is diagnostisch nog zwakker dan IgG4-voedseltesten — en die zijn al omstreden. Totaal IgG reflecteert hier simpelweg wat iemand eet, zonder klinische relevantie. Gebruik deze tests niet als basis voor eliminatiediëten.
Wat je wél kunt met een totaal IgG-bepaling: screenen op immuundeficientie, auto-immuunactiviteit, chronische ontsteking. Zie het als een algemene graadmeter, niet als intolerantiëngetal.
Nee. Totaal IgG = IgG1 + IgG2 + IgG3 + IgG4. IgG4 is maar 3–6% van het totaal. Voor specifieke IgG4-vraagstelling moet apart een subklasse-bepaling gedaan worden.
Nee. Totaal IgG-voedseltesten zijn diagnostisch nog zwakker onderbouwd dan IgG4-voedseltesten en worden ontraden.
Bij recidiverende infecties, verdenking primaire immuundeficientie, of bij follow-up van auto-immuunziekten. IgG2-deficientie hangt samen met infecties door ingekapselde bacteriën; IgG3 met virale infecties.
Een orthomoleculair therapeut bekijkt labwaarden in klinische context.
Therapeut zoeken →