Home Kennisbank Diagnostiek Totaal IgG
Immuundiagnostiek

Totaal IgG: wat meet het en wanneer is het relevant?

Immunoglobuline G is de meest voorkomende antistof in het bloed. Wat zegt een totaal IgG-bepaling echt — en wat zeker niet?

Immunoglobuline G — de werkpaard-antistof

IgG is de meest voorkomende antistof in het bloed en vormt ongeveer 75% van alle immunoglobulinen. Het ontstaat na blootstelling aan een antigeen (infectie, vaccinatie) en vormt het langdurige immunologisch geheugen. Een totaal IgG-bepaling meet de som van alle IgG in het serum — een algemene maat voor humorale immuniteit.

Referentiewaarden: ongeveer 7,0 – 16,0 g/L bij volwassenen (varieert per lab en leeftijd). Kinderen hebben lagere waarden die met de leeftijd toenemen.

IgG1, IgG2, IgG3, IgG4

Subklasse% van totaal IgGFunctie
IgG160–65%Primaire respons tegen eiwitantigenen, virussen, complementactivatie
IgG220–25%Respons tegen polysacchariden (ingekapselde bacteriën zoals pneumokokken)
IgG35–10%Virale infecties, sterke complementactivatie
IgG43–6%Chronische blootstelling, tolerantie-inductie, zelden ziektegerelateerd (behalve bij IgG4-related disease)

Een totaal IgG binnen de norm sluit een subklasse-deficientie niet uit: je kunt een normaal totaal IgG hebben terwijl één subklasse te laag is. Zie ook IgG4 specifiek.

Verhoogd totaal IgG

  • Chronische infectie (hepatitis, HIV, tuberculose, parasitaire infecties)
  • Auto-immuunziekten (SLE, reuma, ziekte van Sjögren)
  • Chronische leverziekte (primaire biliaire cholangitis, auto-immuun hepatitis)
  • Monoklonale gammopathie of multipel myeloom (bij extreem hoge waarden — eiwitelektroforese aangewezen)
  • Polyklonale hypergammaglobulinemie bij chronische ontsteking

Verlaagd totaal IgG

  • Primaire immuundeficientie (CVID — Common Variable Immunodeficiency, IgG-subklassedeficientie)
  • Secundaire oorzaken: corticosteroiden, immunosuppressiva, chemotherapie, rituximab
  • Verlies: nefrotisch syndroom (nierverlies), eiwitverliezende enteropathie, uitgebreide brandwonden
  • Ondervoeding en ernstige eiwittekorten

Bij recidiverende luchtweg- en sinusinfecties is IgG-bepaling (met subklassen) onderdeel van immunologisch onderzoek.

Uit Michaels lessen

Totaal IgG is géén intolerantietest

Sommige commerciële voedseltesten verkopen panels op basis van "totaal IgG tegen voedingsmiddelen". Dit is diagnostisch nog zwakker dan IgG4-voedseltesten — en die zijn al omstreden. Totaal IgG reflecteert hier simpelweg wat iemand eet, zonder klinische relevantie. Gebruik deze tests niet als basis voor eliminatiediëten.

Wat je wél kunt met een totaal IgG-bepaling: screenen op immuundeficientie, auto-immuunactiviteit, chronische ontsteking. Zie het als een algemene graadmeter, niet als intolerantiëngetal.

Indicaties voor totaal IgG-bepaling

Veelgestelde vragen

Is totaal IgG hetzelfde als IgG4?

Nee. Totaal IgG = IgG1 + IgG2 + IgG3 + IgG4. IgG4 is maar 3–6% van het totaal. Voor specifieke IgG4-vraagstelling moet apart een subklasse-bepaling gedaan worden.

Kan totaal IgG voor voedselintolerantie gebruikt worden?

Nee. Totaal IgG-voedseltesten zijn diagnostisch nog zwakker onderbouwd dan IgG4-voedseltesten en worden ontraden.

Wanneer is subklasse-bepaling zinvol?

Bij recidiverende infecties, verdenking primaire immuundeficientie, of bij follow-up van auto-immuunziekten. IgG2-deficientie hangt samen met infecties door ingekapselde bacteriën; IgG3 met virale infecties.

Hulp bij je immuundiagnostiek?

Een orthomoleculair therapeut bekijkt labwaarden in klinische context.

Therapeut zoeken →