Hoe maakt C. difficile je ziek?
Toxineproductie (TcdA en TcdB)
C. difficile produceert twee hoofdtoxinen: toxine A (enterotoxine) en toxine B (cytotoxine). Beide inactiveren Rho-GTPasen in colonocyten, wat leidt tot verstoring van het cytoskelet, celdood en massale ontstekingsreactie.
Sporenvorming en persistentie
C. difficile vormt sporen die extreem resistent zijn tegen zuurstof, uitdroging, maagzuur, alcohol en de meeste desinfectantia. Sporen overleven maanden op ziekenhuisoppervlakken. Alleen chloorhoudende desinfectantia zijn effectief.
Verstoring van de kolonisatieresistentie
Antibioticagebruik vernietigt de normale darmflora die C. difficile onderdrukt. Secundaire galzouten remmen C. difficile-groei; na antibiotica verschuift de balans naar primaire galzouten die juist sporengerminatie stimuleren.
Hoe wordt C. difficile overgedragen?
| Transmissieroute | Details | Categorie |
|---|---|---|
| Nosocomiale transmissie | Sporen op oppervlakken, handen van zorgverleners | Overig |
| Fecaal-orale route | Via besmette handen, oppervlakken, bedpannen | Overig |
| Asymptomatisch dragerschap | 3–5% van gezonde volwassenen, tot 50% van zuigelingen | Overig |
| Communautaire acquisitie | 20–30% van CDI ontstaat buiten het ziekenhuis | Overig |
Wanneer wordt C. difficile een probleem?
- Waterige diarree (3x of meer per dag), vaak foetiede geur
- Buikkrampen en opgezette buik
- Koorts en leukocytose
- Bloederige diarree bij ernstige colitis
- Toxisch megacolon en ileus bij fulminante CDI (levensgevaarlijk)
Risicogroepen
Therapeutische aanpak
Diagnostiek
Interacties met medicijnen & voedingsstoffen
⚠ Medicijn-interacties
Breed-spectrumantibiotica
Fluoroquinolonen, clindamycine en cefalosporinen zijn de belangrijkste risicofactoren voor CDI doordat ze de commensale darmflora vernietigen.
Protonpompremmers (PPI's)
PPI-gebruik is geassocieerd met een 1,5–2x verhoogd risico op CDI door pH-verhoging die sporenoverleving bevordert.
✓ Synergie met voedingsstoffen
Saccharomyces boulardii
S. boulardii produceert een protease die toxine A inactiveert en versterkt de mucosale immuniteit. Als adjuvans vermindert het het recidiefrisico.
Prebiotische vezels en FMT
FMT herstelt de kolonisatieresistentie. Prebiotische vezels ondersteunen het herstel van butyraat-producerende commensalen die C. difficile onderdrukken.
Belangrijkste studies
Fecale microbiota transplantatie bij recidiverende CDI
Een landmark RCT toonde aan dat FMT via duodenale infusie een genezingspercentage van 94% bereikte, versus 31% bij standaard vancomycinetherapie.
Fidaxomicine vermindert CDI-recidieven
Twee fase 3-studies toonden aan dat fidaxomicine niet-inferieur is aan vancomycine maar het recidiefpercentage significant verlaagt (13% versus 27%).
Darmklachten na antibioticagebruik?
Een orthomoleculair therapeut kan uw darmflora beoordelen en een herstelplan opstellen.
Therapeut zoeken →