Home›Kennisbank›Clostridioides difficile
PathogeenC. difficile

Clostridioides difficile

Clostridioides difficile is een sporenvormende, gram-positieve anaerobe bacterie en de belangrijkste oorzaak van nosocomiale diarree wereldwijd. CDI ontstaat typisch na antibioticagebruik dat de normale darmflora verstoort.

C. difficileClostridium difficileCDI

Hoe maakt C. difficile je ziek?

☣

Toxineproductie (TcdA en TcdB)

C. difficile produceert twee hoofdtoxinen: toxine A (enterotoxine) en toxine B (cytotoxine). Beide inactiveren Rho-GTPasen in colonocyten, wat leidt tot verstoring van het cytoskelet, celdood en massale ontstekingsreactie.

⚠

Sporenvorming en persistentie

C. difficile vormt sporen die extreem resistent zijn tegen zuurstof, uitdroging, maagzuur, alcohol en de meeste desinfectantia. Sporen overleven maanden op ziekenhuisoppervlakken. Alleen chloorhoudende desinfectantia zijn effectief.

⚙

Verstoring van de kolonisatieresistentie

Antibioticagebruik vernietigt de normale darmflora die C. difficile onderdrukt. Secundaire galzouten remmen C. difficile-groei; na antibiotica verschuift de balans naar primaire galzouten die juist sporengerminatie stimuleren.

Hoe wordt C. difficile overgedragen?

TransmissierouteDetailsCategorie
Nosocomiale transmissieSporen op oppervlakken, handen van zorgverlenersOverig
Fecaal-orale routeVia besmette handen, oppervlakken, bedpannenOverig
Asymptomatisch dragerschap3–5% van gezonde volwassenen, tot 50% van zuigelingenOverig
Communautaire acquisitie20–30% van CDI ontstaat buiten het ziekenhuisOverig

Wanneer wordt C. difficile een probleem?

  • Waterige diarree (3x of meer per dag), vaak foetiede geur
  • Buikkrampen en opgezette buik
  • Koorts en leukocytose
  • Bloederige diarree bij ernstige colitis
  • Toxisch megacolon en ileus bij fulminante CDI (levensgevaarlijk)

Risicogroepen

  • Patiënten na antibioticagebruik
  • Ouderen (>65 jaar)
  • Gehospitaliseerde patiënten
  • Patiënten met IBD
  • Immuungecompromitteerden
In Nederland worden jaarlijks circa 3.000–5.000 CDI-episodes gediagnosticeerd. De mortaliteit bedraagt circa 5–10%, oplopend tot 20–30% bij ribotype 027. Recidieven treden op bij 15–25% na eerste episode.

Therapeutische aanpak

Eerste keus
Fidaxomicine
2×200 mg/dag, 10 dagen
Alternatief
Vancomycine oraal
4×125 mg/dag, 10 dagen
Bij recidief
FMT
>90% succespercentage
Fidaxomicine heeft de voorkeur vanwege lagere recidiefkans. Fecale microbiota transplantatie (FMT) is zeer effectief bij recidiverende CDI. Metronidazol is niet langer eerste keus. Bezlotoxumab kan als adjuvans het recidiefrisico verlagen.

Diagnostiek

Marker: Feces-toxinetest (GDH + toxine-EIA/PCR) — kwalitatief
Positief (CDI)
Negatief
Toxigene C. difficileGeen C. difficile
Referentie
Negatief
Optimaal
Negatief
Wanneer testen? Bij waterige diarree (3 of meer ongevormde ontlastingen per 24 uur) ontstaan tijdens of binnen 12 weken na antibioticagebruik. Diagnostisch algoritme: GDH-screening, bij positief: toxine-EIA en/of PCR. Test alleen ongevormde ontlasting.

Interacties met medicijnen & voedingsstoffen

⚠ Medicijn-interacties

Remmend

Breed-spectrumantibiotica

Fluoroquinolonen, clindamycine en cefalosporinen zijn de belangrijkste risicofactoren voor CDI doordat ze de commensale darmflora vernietigen.

Remmend

Protonpompremmers (PPI's)

PPI-gebruik is geassocieerd met een 1,5–2x verhoogd risico op CDI door pH-verhoging die sporenoverleving bevordert.

✓ Synergie met voedingsstoffen

Synergie

Saccharomyces boulardii

S. boulardii produceert een protease die toxine A inactiveert en versterkt de mucosale immuniteit. Als adjuvans vermindert het het recidiefrisico.

Synergie

Prebiotische vezels en FMT

FMT herstelt de kolonisatieresistentie. Prebiotische vezels ondersteunen het herstel van butyraat-producerende commensalen die C. difficile onderdrukken.

Belangrijkste studies

Fecale microbiota transplantatie bij recidiverende CDI

Een landmark RCT toonde aan dat FMT via duodenale infusie een genezingspercentage van 94% bereikte, versus 31% bij standaard vancomycinetherapie.

van Nood E, et al. N Engl J Med. 2013;368(5):407-415. DOI →

Fidaxomicine vermindert CDI-recidieven

Twee fase 3-studies toonden aan dat fidaxomicine niet-inferieur is aan vancomycine maar het recidiefpercentage significant verlaagt (13% versus 27%).

Louie TJ, et al. N Engl J Med. 2011;364(5):422-431. DOI →

Darmklachten na antibioticagebruik?

Een orthomoleculair therapeut kan uw darmflora beoordelen en een herstelplan opstellen.

Therapeut zoeken →
Disclaimer: De informatie op deze pagina is bedoeld ter educatie en vervangt geen medisch advies. Raadpleeg altijd een gekwalificeerde therapeut of arts voordat u begint met behandeling.